Thuis - Weblog arrow Reisverhalen arrow Australië, een maand ondersteboven (aug-sept 2009)
Australië, een maand ondersteboven (aug-sept 2009) Afdrukken
woensdag 14 juli 2010

De (tot nu toe) mooiste reis van je leven maken, hoe begin je daaraan? Voor ons was het vrij eenvoudig. Vliegtuigticketten, 1ste overnachting en huurwagen vastleggen. Fotogerief en 2 gidsen meenemen en vertrekken. Op voorhand hadden we wel uitgemaakt slechts 1 stukje van dit reusachtige land te bezoeken. Reisverhalen van anderen toonden aan dat je nauwelijks een streek leert kennen als je op 30 dagen tijd het ganse Australische continent doorkruist. En binnenvluchten reserveren zagen we niet zitten, je zit reeds heen en terug 3 volle dagen in het vliegtuig.

ImageWe vertrokken op 16 augustus - hartje winter down under – dus het zuiden van Australië mochten we al schrappen. Queensland (Noordoost Australië) leek ons een goede bestemming. Aankomen in Brisbane en met de auto steeds richting noorden rijden om vervolgens in Cairns de vlieger terug op te stappen.

De reis verliep rimpelloos. Met 1.92 zit je wel dubbel geplooid, maar het eten, filmprogramma en de korte halte in Singapore boden wat afleiding. De eerste kolonisten en gevangenen deden er destijds veel langer over en Christy Moore/Bobby Sands konden me niet overtuigen dat het in Derry zoveel beter is http://www.youtube.com/watch?v=Jg-Lhlx8uBA. Het herbekijken van Australië en een nieuwe film over het harde leven op Tasmanië (Van Diemen’s Land) brachten ons helemaal in de stemming.

Bij aankomst waren we op slag verliefd op Australië. Brisbane – de op twee na grootste stad van Australië met 1.5 miljoen inwoners – beviel ons. We kuierden doorheen de ‘South bank Parklands’ aan de zuidoever van de rivier Brisbane, een uitgestrekt park met zwemlagune en zandstrand. De volgende morgen auto oppikken en in de spits aan de linkerkant de stad uitrijden. ‘No Worries’ zoals de Aussies zeggen. Ondanks dat de auto drie maten groter was dan op de foto verliep alles zonder zorgen.  Als middagstop leek Noosa ons wel wat, we zouden er uiteindelijk drie dagen blijven. Elk dorpje heeft zijn toeristeninfo waar men je ongedwongen op weg helpt naar het geschikte verblijf of uitstapje. In Noosa boekten we een appartement niet ver van de zee voor de helft van de prijs. In de dag verkenden we het natuurgebied en keken we onze ogen uit naar de vele surfers. Culinair kwamen we aan onze trekken in het gezellig restaurantje ‘Sierra’. Een plek om voor altijd te blijven, we zouden dat de komende 4 weken nog wel een paar keer herhalen.

Van Noosa ging het richting Hervey Bay bekend als uitvalsbasis voor een bezoek aan Fraser eiland (het grootste zandeiland) en het bekijken van walvissen. Uiteraard deden we beiden en de camera maakte overuren.  We vervolgden onze weg noordwaarts en zagen de thermometer elke dag een beetje stijgen. In Agnes Waters maakten we kennis met het gemak van een motel en zagen we de laatste surfers. Nadien was het door de aanwezigheid van het meer dan tweeduizend kilometer uitgestrekt Groot Barrièrerif voor de kust van Queensland uit met de golfen. Van het surfersparadijs naar het paradijs voor de duikers! Maar voor we nog meer water zouden zien gingen we eerst zand happen.

In een tankstation lazen we een foldertje van het boerderijverblijf Myella (http://www.myella.com/). Met een mailtje kondigden we ons bezoek aan. Nadat we Agnes Waters verlieten zagen we het landschap veranderen van vruchtbaar groen naar de uitgestrekte Outback. Nauwelijks tegenliggers op ons traject. Autorijden in Queensland beviel ons zeker, het beperkte bereik van de radioposten veel minder. Gelukkig waren we op alles voorzien, zelfs op een aangepaste cd-collectie met vooral veel Country. En op de tonen van Bruce Springsteens Nebraska reden we de Outback in.

ImageHet farmverblijf was op ons lijf geschreven. Koeien melken, (leren) paardrijden en lange tochten maken, motorrijden (en stof happen), schorpioenen zoeken (jawel levenden!), lasso werpen of gezellig met de kangoeroes kennismaken. De mooiste zonsopgangen werden digitaal vereeuwigd en ééntje (met kangoeroe vriendje Jojo) leverde na de reis een jaarabonnement ‘Genieten’ op. Elke dag was het een komen en gaan van nieuwe gasten (‘Home and Away’) sommigen die ook slechts één maand vakantie hadden, anderen zouden Australië het eerste jaar nog niet verlaten. Hoe graag hadden we met hen omgewisseld.

En dan sta je voor de keus, blijven we hier nog een dag(en) of trekken we verder.  Verder ging het uiteindelijk richting Rockhampton waarbij we twee Duitse rugzakmeisjes een lift boden. James Taylor deed ons nog even terugdenken aan het farmverblijf  http://www.youtube.com/watch?v=v2EZUw2mvjs voordat we in Rockhampton een charmant hotel vonden. 20 euro voor een kamer met prachtig balkon met badkamer op de gang en een maaltijd om je vingers van af te likken. Toegegeven, onze verwachtingen waren niet hooggespannen, maar ook het eten beviel ons uitstekend. Het Dreamtime Cultureel museum over en door Aboriginals was de moeite van een bezoek waard, hoewel het gooien met een boemerang oefening vergde. Nog even de tijd om een stoere hoed op de kop te tikken http://www.akubra.com.au/products_country.html en verder ging het richting kust.

Vanuit Yeppoon bezochten we het Groot Keppel eiland. Het zand uit onze oren gespoeld en we waren klaar voor een lange rit richting Arlie Beach de vertrekbasis voor (zeil)tochtjes langsheen de Whitsunday eilanden. In elke (kust)plaats was het genieten. Nergens was er sprake van massatoerisme. In de toeristeninfocentra nam men steeds de nodige tijd om je te helpen aan geschikte accommodatie of een uitstap. In ‘Arlie Beach’ maakten we opnieuw kennis met een gratis toegankelijk openluchtzwembad met daarrond verspreid vrij te gebruiken barbecuetoestellen. Duiken, bootje varen, eilanden bezoeken… we waanden ons zelfs op Bounty eiland bij ons bezoek aan het beroemde Whiteheaven strand, een sneeuwwit strand van maar liefst 6 km. Geen hotels of gebouwen op het eiland, enkel kamperen was toegelaten.

En opnieuw de Outback in! Johnny Cash en Kris Kristofferson vergezelden ons op de eenzame zanderige wegen langsheen rietplantages en vervolgens dorre gebieden naar het spookstadje Ravenswood. Tussen 1860 en 1930 was dit een levendig stadje rond een goudmijn. Daarna was de mijn technisch uitgeput en viel het openbaar leven stil. Van de ongeveer 4000 inwoners schieten er vandaag – doordat de mijn sinds 1994 terug in gebruik is – enkele honderden over. Van de 50 pubs van destijds zijn er slechts twee overgebleven. Beiden in de originele 19de eeuwse gebouwen. We waren de enige gasten in een hotel zonder sleutel op gelijk welke deur. Maar wat een sterrenhemel en wat een aanbod aan Australische rum die ons een hele avond zoet hield.

Nog verder de verlatenheid in. Onderweg kangoeroes en koeien op de weg. Charters Towers was een levendiger stadje met prachtige parken en een openluchtbioscoop. Eten moet je wel zoals de Aussies tussen 6 en 8 uur ’s avonds doen anders klop je op je kin. We hebben goud gezocht en gevonden en het advies van de ‘Lonely Planet’ gevolgd dat je in het Royal Private Hotel om kamer 4 moet vragen. Toevallig was die al ingenomen door de nieuwe eigenares, voor wie de vermelding in de 'Lonely Planet' onbekend was maar met een gul gebaar mochten wij in kamer 4 overnachten.

ImageTerug naar de kust. Een stenen brug van 1930 is in Australië al bijzonder oud en een bezoek waard. Tussen Townsville en Cairns is er langsheen de kust zoveel te zien dat je een selectie moet maken. We kozen voor kwaliteitstijd met een verblijf van drie dagen en nachten op  ‘Mission Beach’, in een ecologische lodge. Je auto laat je beneden op de parking en na 10 minuten de tropische regenwoudberg op kom je aan de receptie. 10 minuten volstaan om je tropisch te doen zweten, maar wat een uitzicht vanuit het ‘Longhouse’ van ‘Sanctuary retreat’   http://www.sanctuaryretreat.com.au/ Gelukkig was er de 4*4 van de eigenaar om de bagage op te halen. Een kamer midden in het woud, de meest vreemde nachtelijke geluiden en uiteraard het dwingend advies om behalve in je koelkast geen eten in de hut achter te laten. Een uitzonderlijk verblijf, eenvoudig genieten. Wel schrikken als je doorheen het woud een volwassen (1.5 tot 1.8 meter) Cassowary tegenkomt, beschermd maar ook de gevaarlijkste vogel ter wereld genoemd. We zegden elkaar vriendelijk, maar toch terughoudend gedag en vervolgden rustig en met ingehouden adem onze weg. Een slangachtig reptiel deed ons verderop nauwelijks nog schrikken na zo’n ontmoeting. http://dier-en-natuur.infoyo.nl/vogels/9083-australische-dieren-de-cassowary.html

Mission Beach is een waar paradijs, net zoals andere plaatsen tussen Townsville en het noorden van Queensland. Maar in de zomermaanden valt het toerisme door het regenseizoen en de aanwezigheid van de dodelijke Stingerkwallen zo goed als stil, gelukkig waren wij er in de overgang van winter naar lente.

Cairns kwam al dichterbij maar met een ruime omweg doorheen het binnenland vermeden we onze eindbestemming en reden we nog noordelijker. Eerst hielden we halt in de Atherton Tablelands op zoek naar een Platypus (vogelbekdier) http://nl.wikipedia.org/wiki/Vogelbekdier Tevergeefs maar het landschap en wederom het aangenaam verblijf boden troost genoeg. Nog noordelijker - met tussenhaltes aan watervallen, natuurparken, natte natuurgebieden en dorre maar prachtige vergezichten - ging het richting Daintree rivier, de thuishaven van meer dan genoeg krokodillen. De ongeveer 80-jarige geschiedenis van het kleine dorpje Daintree met zijn nauwelijks 100 inwoners is bijzonder boeiend. Ook de tocht op de rivier op bezoek bij crocs en Kingfishers was dat, gezwommen hebben we zeker niet!

Na Daintree bereikten we onze meest noordelijke bestemming: Cape Tribulation. Een hutje in het regenwoud op enkele meters van de zee met enkel het nachtelijk geluid van de branding. Opstaan voor zonsopgang loonde de moeite voor prachtige foto’s. Daarna opnieuw te paard voor een rondrit doorheen het woud en over het strand. Van draf naar galop, niet slecht voor een leerling-ruiter op zijn derde tocht.

ImageDe laatste dagen kwamen eraan. Van Cape Tribulation zakten we zuidwaarts langsheen de kustlijn tot Port Douglas. Een meer mondaine kustplaats, maar geen massatoerisme. Wel een aantal grote hotels van de bekende ketens maar allemaal verscholen achter de palmbomen. Als we met een catamaran langsheen het ‘Four Mile Beach’ zeilden was er geen enkel gebouw te zien, dat is pas ruimtelijke ordening waar ze hier nog een puntje kunnen aan zuigen!   We maakten opnieuw kennis met de Australische gastvrijheid, elke woensdagmiddag kan je met de leden van de plaatselijke zeilclub meezeilen op hun boten. Daarna was het gezellig nakeuvelen tijdens een heerlijk maaltijd. We deelden de boot en tafel met een aantal vakantiegangers uit Melbourne.

De eindbestemming Cairns. Na eerst de Outback en vervolgens het regenwoud was het contrast met een stad van 100 000 inwoners wel groot. We genoten van een wandeling doorheen het stadscentrum en langs de zwemlagune aan de waterkant. Om ons voor te bereiden op een lange terugvlucht ontspanden we door een Aziatische massage. Cairns herbergt een flink aantal Aziatische studenten en vakantiegangers. De terugvlucht verliep rimpelloos maar iets langer met nog een tussenstop in Darwin. Hoe graag waren we daar uitgestapt om opnieuw voor een maand vakantie te vertrekken…..

Bruno

Meer foto's bij fotografie!

 
< Vorige   Volgende >