Thuis - Weblog arrow Reisverhalen arrow Nieuw-Zeeland (nov 2010 - febr 2011)
Nieuw-Zeeland (nov 2010 - febr 2011) Afdrukken
dinsdag 22 februari 2011

ImageIn november liet ik weten er gedurende een kleine drie maanden volledig tussenuit te zijn. Vooraleer een nieuwe job te zoeken heb ik een reeds lang gekoesterde reisdroom vervuld: Nieuw-Zeeland! Haast op reis is immers nergens goed voor en gedurende twaalf weken heb ik enkel het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland doorkruist. Voor het Noordereiland zal ik ooit nog eens terugkomen. Het Zuidereiland is betoverend mooi, gekenmerkt door zoveel verschillende landschappen. Heerlijk om met de rugzak rond te reizen, je tijd te nemen in de verschillende natuurparken. Om het thuisfront op de hoogte te houden heb ik om de twee weken mijn reisverhaal en foto’s gepost op facebook. Hieronder mijn reisverhaal; hopelijk mag het voor anderen een bron van inspiratie bieden als zij zich ook ‘down under’ onderdompelen.

(Enkele uren na het posten van dit verslag werd Christchurch opgeschrikt door een hevige aardbeving. Mijn medeleven en gedachten zijn bij de slachtoffers van deze natuurramp.)

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland - deel1 (16 nov – 28 nov)

Van de herfst naar de lente gevlogen om de winter over te slaan.

 

ImageRustdag vandaag, de voeten omhoog om nog te bekomen van de eerste meerdaagse wandeltocht. Recht over me tokkelt een huisgenoot bekende akkoorden op zijn gitaar. Het is hier zalig rustig in Picton, noordoostelijk op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Een reisverslag schrijven op een IPod is niet echt simpel, dus negeer alvast de mogelijke tikfouten, mijn vingers zijn nu eenmaal te dik voor het super kleine toetsenbord van een IPod. Twee weken terug op de luchthaven begon het al goed. Londense mist, daar ging mijn aansluiting naar Singapore, maar heel snel werd me een nieuw reisplan voorgeschoteld: Frankfurt, met Qantas naar Singapore (op het vliegtuig werd me spontaan een zetel aan de nooduitgang aangeboden, met dank aan de vriendelijke steward, eveneens voor het blijkbaar bij de exit-seat horende glaasje cognac), vervolgens met Air Singapore rechtstreeks naar Christchurch. Toch niet zo slecht die Londense mist, zeker niet om 6 uur eerder dan gepland aan te komen. En zo kwam ik op het Zuidereiland aan, van de herfst naar de lente gevlogen om de winter over te slaan.

Christchurch, het gekozen backpackers hostel was iets te groot en onpersoonlijk naar mijn zin. Voor diegenen die er niet met vertrouwd zijn, backpackers hostels zijn enigszins te vergelijken met onze jeugdherbergen, maar dan wel overvloedig aanwezig en van heel kleinschalig tot uitgebreid. Sommige knus, gezellig, een gevoel van thuiskomen, anderen veel te groot naar mijn gevoel, sommigen ook afgestemd op uitgaan en vertier. Zelf heb ik de kleinere hostels opgezocht, meer gezellig en persoonlijk. Alle leeftijden voelen zich er thuis, van 7 tot 77 jaar;-) Afhankelijk van het hostel kan je kiezen tussen een 1 persoon, dubbele, familie of gedeelde kamer, op sommige adresjes is er plaats voor enkele tenten of staan er charmante woonhutjes in de tuin. De geschikte manier als je alleen reist, om mensen te leren kennen, alleen of gezamenlijk de keuken te gebruiken. Veel leuker dan een onpersoonlijk hotel of alleen op restaurant te gaan.

Christchurch dus! Leuk stadscentrum, in de wijken daarrond zie je nog de gevolgen van de aardbeving eerder dit jaar. Zoals in elke stad van alles te beleven maar zelf genoot ik het meest van het prachtige park en de tijdelijke fototentoonstelling over de noodlottige Zuidpoolexpeditie van Robert Scott (het groepje dat tot de Zuidpool ging kwam niet meer levend terug) met de aangrijpende foto's van Herbert Pointing. Na Christchurch met de bus in noordwestelijke richting. Kaikoura, ideale plaats om walvissen en zeehonden te spotten. Ditmaal een gezellig hostel gekozen, maar toch wel wat ver uit het centrum voor een zwaar bepakte reiziger. Onmiddellijk kennisgemaakt met een groepje vijftigers, echte kiwi's (Nieuw-Zeelanders) die er een weekendje tussenuit zijn. Cheers!

Daarna met een vissersboot de zee op, goeie vangst, en nog meer leuke foto's. ‘s Avonds word ik uitgenodigd voor een bbq bij de eigenaar van het hostel, met verse vis! Alles heeft een reden en men rekende op mijn kennis van wat dan ook, voor een quiz in de lokale pub. Verdiend derde "and drinks for free!" Ik werd uitgedaagd voor enkele spelletjes pool - hoe lang was dat al niet geleden - en ook die werden verdiend gewonnen!

ImageVerder naar Picton in het zonnige noorden van het Zuidereiland. Mijn eerste wandeltocht gereserveerd: de Queen Charlotte Track. Gezelligheid troef in weer een leuk hostel. Je kookt je eigen maal, eet tezamen, blijkbaar chocoladepudding voor iedere gast en vervolgens nog een folkavond in de Ierse pub met een echte Ier achter de bar, eentje die nooit meer terug gaat. En ik kan hem nog begrijpen ook al zingt hij zo mooi over zijn vaderland. Net zoals in het hostel een verzameling van reizigers, een Amerikaan met een Taliban baard van drie maanden - benieuwd of die nog zijn eigen land binnengeraakt - een paar Fransen en nog wat meer Duitsers met hetzelfde plan als mij om het Engels te verbeteren in een zomerse omgeving. Mijn eerste plan van een maand Engelse les in Christchurch heb ik omgewisseld voor een dagelijkse zelfstudie, behalve dan op de wandelingen. Christchurch was me te benauwend in een zo prachtig land. En gelegenheden genoeg om te praten, de NZ hun begroeting nodigt al uit tot een gesprek. Ipv een simpel hoi, is het "how are you today?" En als je dan even uitgebreid antwoordt ben je weer vertrokken.

De pubs blijven langer open dan in Ierland, en mijn kamergenoten die ik voorheen nog niet gezien had maken ronkende geluiden. Oordopjes! Vooral de collega boven me in het stapelbed slaagt er in om me tegen de ochtend wakker te snurken en wint ongetwijfeld ook de wedstrijd in het produceren van de luidruchtigste gasgeluiden. Ik zie al het beeld voor me van een Amerikaan die waarschijnlijk teveel bier en hamburgers heeft verslonden. Perceptie, niets is wat het lijkt als een elegante jongedame een half uur later het trapje van het stapelbed afdaalt en me vrolijk goeiemorgen wenst.

ImageDe Queen Charlotte Track, 70 km op drie dagen. Men dropt je met een boot bij het punt waar kapitein Cook voet aan wal zette en vervolgens volg je het pad. Eenvoudig toch, neen, zwaar, vermoeiend....de eerste klim naar 200 meter hoogte is moordend, je denkt dit niet aan te kunnen, maar dan begint mijn diesel te draaien. De eerste dag toch zo'n 8 uur stappen over steile heuvels en diepe dalen (perceptie uiteraard want enkele weken later steeg ik vlotjes 1000 meter op enkele uren). Maar wat een stilte, enkel vogels, de wind, het water in de diepte en hoogstens 5 andere wandelaars en enkele MTB'ers die ik tegenkom. De laatste loodjes zijn het zwaarst maar de tonen van een mondharmonica verwelkomen me op de eerste kleine camping. Een paradijselijke plek, enkel bereikbaar te voet of per boot. Met twee Zweedse vrienden praat ik de avond vol over hun reisverhalen, de vele bierbrouwerijen in NZ, het bier van bij ons en Bruges.....blijkbaar toch de meest gekende Vlaamse stad. De gelijknamige film heeft dat nog een extra steuntje gegeven.

De volgende morgen kraken de knieën, waarschijnlijk daarom dat men het kraakbeen noemt? Opnieuw een wandeling van 8 uur maar nu tot over de 500 meter hoogte. Ik verlies liters zweet, "keep your feet dry Forrest;-)" Aan mijn eigen gezelschap heb ik meer dan genoeg, een film van maanden en voorbije jaren speelt zich in mijn gedachten af. In het hostel zag ik op mijn IPod nog de krantenkoppen, 1 onderwerp greep me het meeste aan, en ook het waardige tv-interview van B. Valkeniers bleef me bij: "met menselijk lijden wordt niet gespot!" Idd! Basta!

Andere krantenartikels werden me doorgezonden: "Politieke break om alles eens op een rijtje te zetten." Op een rijtje heb ik het wel, maar vooral het loslaten doet goed of is een poging waard. Uiteindelijk verkeer ik in een luxepositie om deze reis te kunnen maken. Zo helemaal alleen voel je de essentie en al het overbodige. Een mens is immers niet het middelpunt van de wereld. Hoe klein we zijn werd me ook duidelijk bij de verschrikkelijke mijnramp hier op het Zuidereiland, alle namen op de voorpagina van de kranten met zwarte band. De jongste net 17, zijn eerste en laatste dag in de mijn, gemotiveerd een week eerder dan eerst gepland begonnen met de job. Het houd je bezig op zo'n wandeling. Maar ook veel positieve gedachten en uiteraard de inspiratie om door te zetten. In mijn hoofd wordt de studentencodex, VNJ zangbundel en Vrijbuiter liederen er door gehaald!

Ook op de tweede avond gezelligheid troef! Een Amerikaan van Montana vertelt me over zijn plan om Europa te bezoeken. Hij toont me zijn boek dat hij ter voorbereiding al aan het lezen is. België lijkt hem toch wel een geval apart. Ik vertrouw hem toe dat ik er aan twijfel of het land nog wel zal bestaan als ik terugkeer, maar over het behoud van ons bier en chocolade hoeft hij zich geen zorgen te maken.

Derde dag, gelukkig iets minder steile beklimmingen en de koelte onder de bomen maakt het aangenaam. Het einde wordt gehaald met nauwelijks een blaar. Bootje pikt me op, opnieuw naar Picton in een uiterst gezellig hostel. Er is geen haast, geen zorgen, no worries zoals ze hier zeggen.

Bruno

 

 

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland - deel 2 (29 nov – 13 dec)

"Reizen houdt je in beweging."  Frank Boeijen - Vaderland

 

Waarom Nieuw-Zeeland? De vraag werd me meermaals gesteld. Wie wil er niet naar zo'n prachtig mooi land. Het zonnige klimaat (bijna zomer) en de mogelijkheid om het Engels bij te schaven waren mooi meegenomen. Op de luchthaven werd me dezelfde vraag gesteld wanneer ik aan een indrukwekkende vragenlijst werd onderworpen. Voor je Nieuw-Zeeland binnen bent wil men weten hoe lang, waar, met welk doel, ...  En dan is het nog niet genoeg, ook je beroep en diploma wil men weten. "Criminoloog, jou kunnen we hier goed gebruiken!" En met deze woorden werd de deur voor me geopend.

ImageEn Nieuw-Zeeland beantwoordt ruimschoots aan mijn verwachtingen. De natuur is overweldigend, het rondreizen gemakkelijk. Niet onbelangrijk, veiligheid krijgt hier de juiste aandacht. Je ziet geen politieagent op elke hoek van de straat, maar men reageert wel snel en gepast op mogelijke overlastproblemen en criminaliteit. Camera's worden bijzonder doeltreffend gebruikt. In Kaikoura hing een levensgrote foto van een cameraopname van een jonge vandaal (die graffiti aanbracht) met de vraag tot medewerking tot opsporing. Hetzelfde in de kranten waar enkele camerabeelden van overvallers werden afgebeeld. Niet enkel veiligheid ook de zorg voor natuur en milieu krijgt hier bijzonder veel aandacht. In elk hostel wordt de nadruk gelegd op gescheiden (of het vermijden van) afval, spaarzaam waterverbruik en het respecteren van natuur en omgeving. Door de uitzonderlijke droogte was de zorg voor het milieu meermaals een gespreksonderwerp. Maar terug naar mijn trip.

Jugglers Rest, mijn hostel in Picton,was ideaal om uit te rusten van de Queen Charlotte Track. Jugglers Rest, verblijf van goochelaars! We werden er dan ook vergast op een indrukwekkend vuurdans spektakel. In zo'n klein hostel voel je je meer dan thuis. Een Canadese familie die de bergen sneeuw in Canada hebben achtergelaten. Een Engelse inwoner van Californië die al voor het zesde jaar komt overwinteren in de hoop met voldoende inspiratie zijn eerste boek te voleinden. Een koppel Fransen met een minimale Engelse "vocabulaire". En in elk hostel een aantal prille twintigers die voor hun verblijf werken of voor voldoende geld om hun vakantie te verlengen.

Na Picton opnieuw de bus op richting Nelson. Achter me een oorspronkelijke Hawaïaan en zijn Iers/Schotse vrouw met wie ik tot in Nelson een hartverwarmend gesprek voerde. Shortbread Cottage, opnieuw een goed gekozen hostel. De 'Lonely Planet' (onmisbaar!) en de BBH folder maken het zoeken naar accommodatie gemakkelijk. In de BBH folder worden de hostels nog eens gerangschikt volgens de 'rating' van eerdere bezoekers. Shortbread Cottage was tijdens mijn verblijf wel even klein-Duitsland, maar gelukkig sprak zowat iedereen Engels. En boompjes werden er wel opgezet, van de politiek in België (bestaat het land nog?) tot de laatste films om uiteindelijk - wanneer een gitaar werd bovengehaald - bij "Into the wild" en de muziek van Eddie Vedder te eindigen. Ook dit hostel was een verzamelplaats van alle leeftijden met als uitschieter een bejaarde Amerikaanse Imagedame die de economische puinhoop in haar "homeland" had omgewisseld voor een cottage op het Zuidereiland. Nelson betekende ook de ideale inkoopplaats voor het nodige droogvoer voor mijn 5-daagse door het Abel Tasmanpark.

Maar eerst zocht ik nog de zon op aan 'Golden Bay', meer bepaald in Collingwood. Dit dorpje van 250 inwoners was in 1850 voorbestemd om de hoofdstad van Nieuw-Zeeland te worden, de geschiedenis heeft er anders over beslist. De naam Summerset House verraadt de afkomst van de uitbater van dit hostel. Chris en Hiromy waren de ideale gastheer/vrouw. Overdag kopje onder gaan met de kajak of een bezoek aan het natuurgebied op Farewell Spit, 's avonds Engels-Japanse conversaties. Voor een aantal Japanse vrouwen die met een werkvisum Nieuw-Zeeland verkende bleek de taalbarrière zoveel moeilijker, het maakte de gesprekken alleen maar grappiger. En mijn Canon camera - nochtans afkomstig uit hun land -  verwonderde met de groothoek mogelijkheden. Sayami, Izumi en Miharu deelden een gezellige kamer met een driedubbele bunk (stapelbed), de groothoek van mijn canon maakte er tot hun vreugde een mooie foto van. Ook de horeca werd de nodige eer betuigd, na zoveel avonden het eigen potje te moeten koken was een avondje met mosselen en bier welgekomen. De Franse of Zeeuwse mosselen genieten toch mijn voorkeur, de Nieuw-Zeelandse zijn te groot. "The Mussels Inn" kon me echter wel verleiden met het zelfgebrouwen bier. En voor je het goed beseft beland je op een verjaardagsfeest zonder jarige, en word je aangesproken in het Afrikaans. Een jonge boer uit Zuid-Afrika had de levensbedreigende onveiligheid in zijn land twaalf jaar geleden omgewisseld voor het vreedzame Nieuw-Zeeland. "Hier doe ik niets op slot, mijn huis niet, mijn wagen niet. Bobbejaan voelt zich hier meer dan thuis, baie goed."

Na Collingwood nog wat verder weg van de beschaving naar de Innlet in the middle of nowhere, Pakawau dus. Een Amerikaanse criticus ontmoet een Vlaamse politicus, gevolg zijn lange gesprekken, gemakkelijk gewonnen schaakpartijen (in Pakawau kwam alvast een einde aan de Amerikaanse veroveringsdrang;-) en vele komische momenten rond de keukentafel. Charlie was de twee volgende dagen mijn reisgezel. Volgens mijn hostelgenoten maakt mijn Engels vorderingen. Zelf luister ik naar de conversatie tussen een Engelsman, Amerikaan en Nieuw-Zeelander, zou het niet eenvoudiger zijn als die dezelfde taal zouden spreken?;-)

Eindelijk, de 5-daagse door het Abel Tasman nationaal park. De eerste dag passeerde ik wel 50 andere wandelaars op de eerste 15 km, wat een drukte! Maar het eerste stuk leent zich prima voor dagtochten, daarna werd het rustiger. Het Abel Tasman N. park is vooral langs de kuststrook goed bewandelbaar door een prima onderhouden wandelpad. Je komt er enkel in via reservatie, overnachten kan in een van de vele hutten of kleine campings. Beperkte voorzieningen zoals goed onderhouden toiletten, tafels op de camping en drinkbaar water. GEEN vuilbakken, je afval draag je de ganse tocht mee. Dat zouden ze bij ons ook moeten doen. Door je afval bij te houden denk je na over de verpakkingen die je koopt en eenmaal thuis kan je het onvermijdbare afval selecteren. Op het weggooien van afval staan in NZ zware boetes, maar het resultaat mag er zijn, nergens een mooier park of stranden gezien.

ImageIn de namiddag van de eerste dag bereik ik de eerste camping. Enkel nog een koppel kajakkers, een wondermooi strand en een grote picnictafel voor mij alleen. Maar na een poosje was het uit met de rust;-) 4 frisse twintigers begeven zich in mijn richting, of beter naar "mijn" tafel. Vier blijkbaar loodzware rugzakken ploffen neer! Een goeiedag in het Engels en onmiddellijk volgt er een onderlinge conversatie in het Duits over hoe zwaar de tocht wel was. Geen gezwans dames, aan mijn tafel wordt Engels gesproken! Oef instemming. Abel Tasman bracht het er enkele eeuwen geleden  veel slechter vanaf. De ruilhandel wordt heruitgevonden. Aan de ene kant (Jule, Kerstin, Nadine & Theresa) een overvloed aan chocolade, goed brood, choco, pindaboter, tonijn... Langs mijn kant kan ik de diensten van een gasvuurtje aanbieden, dus koffie en thee! In ruilhandel geldt dat wel als een overgewicht;-), zeker als je van een voorbestemde koude chili con carne hap na toevoeging van ui, look en rijst een lekkere warme maaltijd kan maken. Ik vernam dat zo'n 70000 Duitsers dit jaar in NZ zijn/geweest met een reis of werk/reis visum, ja watte 't moet dus aangenaam zijn om nu Duitsland te bezoeken;-)

En verder ging het door het Abel Tasman park. Tijdig de verschillende tijgebieden passeren maakte het extra spannend. NZ blijkt klein genoeg om bekenden tegen te komen, Fabian & Lauria leerde ik in Nelson reeds kennen en verkennen het park in omgekeerde richting, misschien zien we elkaar aan de westkust terug.

In tegenstelling met de Queen Charlotte Track reis je in het Abel Tasman park nauwelijks alleen. Spontaan vormen er zich verschillende groepjes en 's avonds op de kleine campings zie je vaak dezelfde gezichten. In groep reizen geeft het voordeel van een overvloed aan benodigdheden, maar geen enkel middel helpt me tegen de zandvliegen. De 'locals' hebben me goed te pakken. Mijn benen staan vol met tientallen beten, de krengen zijn kieskeurig, maar mijn bloed blijkt zoet te zijn. Enkel zwemmen in het ijskoude water verzacht of verdooft, voor even dan.

 

ImageIn Totaranui verlaten mijn reisgenoten Abel Tasman met de watertaxi. Alleen vervolg ik de weg tot het noorden van het park, een laatste overschot nog aan chocolade en mueslirepen om verder te overleven. Hoe langer je reist hoe lichter de rugzak. Maar de laatste km's wegen zwaar. In Whariwhatanghi Bay is het adembenemend mooi en rustig. Enkel een Nederlander heeft er zijn tentje reeds opgezet. Van enkele Nieuw-Zeelanders die in de blokhut verblijven krijg ik enkele tips over wandeltochten in het zuiden. Het strand van Whariwharangi Bay heb ik gans voor mij alleen, op de zandvliegen na. Een prachtig uitzicht op de oceaan en Golden Bay. Mijn laatste avond in het park. De volgende morgen word ik door een lichte regenbui gewekt. Afwisselend in de zon en op de toppen van de heuvels door de mist bereik ik Separation Point. De oceaan beukt op de rotsen waar zeehonden liggen uit te rusten. Het park is blijkbaar nog steeds voor mij alleen als ik mijn weg naar de watertaxi vervolg, enkel een zeehond heeft zich te midden van het wandelpad genesteld. Met de watertaxi terug naar de bewoonde wereld. Een warme douche en een goed glas wijn om het stof van de voorbije dagen door te spoelen! Welverdiend!

Bruno

 

 

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland - deel 3 (14 dec – 27 dec)

“Well I'm on my way, I don't know where I'm going,Image

I'm on my way, I'm taking my time but I don't know where.” Simon & Garfunkel

 

Al vier weken op pad. De dagen vliegen voorbij en geen enkele dag lijkt op de vorige. Na de 5-daagse in het Abel Tasman park was het tijd om het stof weg te spoelen en eens lang en goed uit te slapen. Eden's Edge Lodge in Motueka (waar ik voor ATP een deel van mijn bagage had achtergelaten) was daarvoor het geschikte onderdak. Waarschijnlijk wel het meest moderne hostel en voor het eerst ontmoet ik twee andere Vlamingen (waaronder nog een Bruno), de Duitsers moeten niet altijd in de meerderheid zijn. De andere reizigers waren onder de indruk van mijn 5-daagse prestatie, maar veel tijd om verhalen te vertellen was er niet. De zolen van mijn stapschoenen waren totaal versleten, herstellen bleek nauwelijks een optie bij de plaatselijke schoenmaker. Gelukkig was er in het kleine Motueka keus voldoende.

Behalve nieuwe stapschoenen was ik ook toe aan een gaatje extra in mijn broeksriem. Versmallen wel te verstaan! Zelfs na de chocolade van de afgelopen dagen had ik enkele kilo`s minder te dragen. Zo eigenaardig is dat niet, enerzijds de vele uren van stappen en anderzijds redelijk gezond voedsel (in de hostels dan toch!) en nauwelijks dessert of behoefte naar snoep. En veel fruit: an apple a day keeps the doctor away;-) In the afgelopen weken ben ik ook nauwelijks uit gaan eten, zelf koken en het gezelschap in het hostel is zoveel aangenamer. In de plaatselijke winkel of supermarkt was er voldoende mogelijkheid tot conversatie. How are you today? Since when are you here? Do you like it? Have you visited the ATP? ... Een andere keer, wanneer ik enkele flesjes bier kocht, wou de jongedame achter de kassa mijn identiteitskaart zien (verplicht te tonen als je jonger lijkt dan 25). "Is dit een versiertruc of moet dat wicht eens dringend naar een oogarts". (Pearle!, pearle!, pearle!....) Maar ondanks mijn bezwaren kwam ik er niet door zonder het tonen van mijn ID-kaart. "Excuse me, I'm from '68 not from '86!!"

Terug naar Motueka. Een bont gezelschap waaronder een Schots echtpaar, gepensioneerd en voor maanden op SKI vakantie (spending kids heritage). Ik deel een kamer met Ike, afkomstig uit de VS en werkzaam in een NGO in Tanzania, opnieuw straffe verhalen. Ike heeft slechts twee en een halve week vakantie (Amerika!) voldoende voor hem om als "easy rider" met de moto het Zuidereiland te doorkruisen.

ImageOndertussen had ik genoeg van het busreizen. De bus stopt maar op een beperkt aantal plaatsen en mijn bagage was aan een wonderbaarlijke vermenigvuldiging begonnen. Thuis kon mijn rugzak in de luchthavenzak (flightbag), na 4 weken was behalve mijn rugzak ook de flightbag goed gevuld hoewel ik behalve een lichtgewicht tent en een gasvuurtje niks extra had gekocht. Enkele Duitse vrienden hadden me in Nelson reeds verteld dat het eenvoudig is om licht(er) te reizen. Zelfs op een reis van 6 maanden kom je met 1 lange broek toe (ik had er drie mee voor drie maanden!), je draagt immers toch steeds dezelfde. Hetzelfde voor een hemd, T-shirt, trui... Je wast als ze vuil zijn, vervangt indien versleten. Zelfs op reis blijkt hoe minder je hebt hoe gelukkiger...

Goeie raad, maar ik ging op zoek naar een geschikte huurwagen voor de komende 8 weken. Terug naar Nelson. De bus vertrok pas binnen drie uur, dan maar de duim opgestoken. Een Kiwi stopt, het lukt me al aardig om het Kiwi Engels te verstaan, maar mijn meest gebruikte zin blijft: "Can you repeat it, slowly." De man die me een lift geeft werkt in de winter op een ski helling, in de zomer houdt hij zich bezig met korte klusjes. Een eenvoudig huis aan het meer in de bergen achter Nelson, in de baai heeft hij een kleine zeilboot. Leven als god in NZ! We hebben een boeiend gesprek over de politiek in Vlaanderen, het beleid in NZ, het natuurbehoud, de waterproblemen in sommige NZ gebieden, de overconsumptie. Hij vertelt me van de containerschepen afkomstig uit China, volgestouwd en weer leeg terug. Hier ook hetzelfde liedje. We naderen Nelson. Hij vloekt omwille van de enkele wagens voor ons. Traffic jam! Hoezo, traffic jam? In Vlaanderen zou dit een bijna autoloze dag zijn.

ImageIn "the Bug" helpt eigenaar Anthony me bij het zoeken naar een huurwagen. Anthony is een nog prille dertiger en kwam in 2003 uit Engeland en runt het best geprezen hostel in Nelson. De prijzen variëren van 29 tot 55 dollar per dag voor een wagen, ik vind er een voor 25 dollar. Mason pikt me op aan het hostel en toont me zijn beschikbare wagens: redelijk nieuw, maar te klein (of mijn benen zijn te lang;-)) Geen probleem morgen is er een grotere wagen beschikbaar. 's Avonds is er nog tijd om een Duitser met schaken af te drogen en met Sander (NL) praat ik de avond vol.

Mason houdt woord en de volgende dag rijd ik met mijn Mazda Familia de bergen door in de richting van de ruige westkust. De zon laat ik achter me. Het regent, neen, het giet als ik in de bergen halt hou voor de deur van de Lazy Cow. Aan de voordeur kijk ik door het raam de gezellige woonkamer in en zie Charlie (VS) aan de cd-speler prutsen. Hij ziet mij en roept nog snel naar de eigenaar:"Don't let him in, he's a dangerous Flemish politician!". Te laat;-) "How are you, my friend."

De Lazy Cow geeft het gevoel van thuiskomen: huisgemaakte lasagne, slechts twaalf bedden, een grote eettafel. De andere gasten: Charlie, twee gekke Ieren, twee sportieve NZ zussen, een Australische en een koppel uit Israel. De avond vliegt voorbij. 's Morgens bak ik een overdosis spek en snuffel tussen de cd's: the Lazy Cow Raining Days Compilation! Niemand kan me nu nog wijsmaken dat het in Murchison weinig regent.

Verder gaat de tocht richting  Punakaiki.  In het Beach hostel ontmoet ik Kerstin (ATP) en Fabian & Lauria (Nelson) opnieuw. Samen bezoeken we de Pancake Rocks, de oceaan beukt op de rotsen. Na de ochtendregen laat ook de zon zich zien. Met Fabian wandel ik door de omliggende bergen, Fabian is pas afgestudeerd en begint binnen enkele maanden aan zijn eerste job. Verstandig om eerst nog een lange break te nemen, werken kan je nog je leven lang, levenslang.... Na enkele uren zijn we terug in de bewoonde wereld. Zaterdagavond! en er is een pub in Punakaiki!

ImageDe volgende morgen neem ik opnieuw afscheid. Verder gaat het langs de westkust. Van duizenden km's ver waait de wind over de oceaan en botst hier op de westkust en stort al haar ingehouden regen uit. Honderdvijftig jaar terug een land van avonturiers en goudzoekers, Desperado's! Harde binken, nog steeds, maar de mijnramp was een te harde bikkel en heeft diepe wonden geslagen. De kranten berichten nog steeds over de gevolgen: de mijn dicht, de kompels ontslagen en de lichamen van de bedroefde slachtoffers nog steeds niet geborgen.

Ik hou halt in Greymonth. Niet zozeer voor de 'stad', die is grauw en bijna doods, vergane glorie. Global Village is echter een kleurrijk hostel vol met Afrikaanse kunst en beelden. Groter dan ik gewend ben, maar zo smaakvol en gezellig ingericht. "Charlie again!"...."I think the CIA asked you to follow me!." Ik verlies die avond mijn eerste schaakpartij.

 Het blijft regenen, meer dan normaal voor de westkust. Maar via Arthurs Pass bereik ik het oosten. Een auto geeft immers de mogelijkheid flexibel te reizen. Arthurs Pass is het op een na hoogste punt dat de west met de oostkust verbindt. Prachtig gewoon, haarspeldbochten en uitzicht op machtige bergtoppen.  Je voelt de aanwezigheid van Gandalf en Aragorn. Voor de pas niks dan regen, daarna zon! In de namiddag bereik ik Geraldine, een gewoon dorpje, een rustig hostel... de inwoners beseffen het nauwelijks dat hun dorp een paradijs op aarde is.

Ik vervolg mijn weg naar Lake Tekapo. Een goede autoradio is een zegen, dus ik ben tevreden. NZ loopt zeker 20 jaar achter. Studio Brussel of dergelijke wordt hier hopelijk nooit uitgevonden. Op zowat alle radioposten veel country en muziek uit de jaren 70 en 80. Zalig! Enkel een overdosis aan Christmas songs. Al zo'n maand van tevoren ontsnap je er niet aan. In de winkelstraten, pubs, winkels, op de radio.... Alles draait om Kerstmis. Kan je het voorstellen?, in  short en met 25 graden hoor je zingen over een "white Christmas". Op de radio slaagt men erin om de 10 woorden Christmas te zeggen, dus ik zap op de radio de Kerstliederen weg en met de Bee Gees, Dusty Springfield, de Eagles, Santana, Bowie door de boksen bereik ik Lake Tekapo.

ImageLake Tekapo, een mooi meer met turkoise gekleurd water en zicht op de Mount Cook en andere hoge toppen. Ik vind onderdak in het hostel "Tailor-Made-Tekapo". Langs de kusten van het meer bereik ik de kleine kerk van de goede schaapherder. De volgende dag beklim ik met Molly (VS, maar met Ierse roots - "uiteraard, wat verwacht je anders met zo'n naam") de Mount John. We klimmen omhoog met zonneschijn en de regen jaagt ons terug naar beneden. Molly is filmmaker en woont(de) in Hollywood, maar stockeerde haar boel en is nu op wereldreis. De regenbuien brengen ook de andere hostelbewoners rond de houtstoof. Het slechte weer hebben we blijkbaar te danken aan een cynische Engelsman die er vooruit komt dat hij op vakantie steeds slecht weer meebrengt, binnen drie dagen verlaat hij NZ, oef;-) De namiddag gaat over in de avond en de gesprekken komen los. Tailor-Made-Tekapo herbergt die avond een bont gezelschap van 'ontdekkingsreizigers' (blijven dromen) die het betreuren dat er niets meer - voor het eerst - ontdekt kan worden, enkel de ruimte blijft ons over.

Verder gaat de reis richting oostkust. Oamaru. Net voor Kerstmis vind ik een bijzonder aangenaam hostel bij de familie Simpson. Dankzij de goeie raad van Kim Simpson kan ik de geel-ogige pinguïns van zeer nabij bekijken. Ik breng een bezoek aan de kolonie van de blauwe pinguïns en aanschouw de dagelijkse avondlijke parade van zo`n 200 volwassen blauwe pinguïns die na de dagelijkse visvangst op zee in groep terug aan land komen en hun weg zoeken naar het nest van de pas geboren jongen die gevoed moeten worden. Onvergetelijk! Op Kerstdag ben ik uitgenodigd bij de familie Simpson: een Kerstham in de oven en een dessertenbuffet zoals ik voorheen niet gezien heb, de broeksriem kan terug een gaatje open, eventjes toch.

En nog zuidelijker gaat de reis. In de Catlins word je herinnerd aan Ierland en Schotland. De heuvels zijn groen (en regen is er niet onbekend), de straten kennen Ierse en Schotse namen. Carrrickfergus Str, benieuwd of de bewoners de prachtige Ierse klassieker kennen. Op strand word ik verrast door een zeeleeuw die zich niets aantrekt van mijn gezelschap en zijn zonnebad neemt. In het hostel veel Nieuw-Zeelanders van het Noordereiland en enkele Engelsen. De dagen zijn nu het langst, tot bijna 10 uur blijft het licht, nog even en dan is het Nieuwjaar en beginnen de dagen hier terug te korten. Nog anderhalve maand heb ik voor de boeg, verder genieten, heel langzaam, elke dag opnieuw.

Bruno


 

 

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland - deel 4 (28 dec – 10 jan)

“Je zou zo graag een speler zijnImage

Maar je staat aarzelend langs de lijn

Bang om op je bek te gaan

Je durft niet te kiezen

Je mocht 'ns verliezen

Zo bang om straks alleen te staan

Maar ergens halverwege kijk je om en krijg je spijt

Levend voor morgen raak je nu je toekomst kwijt

In de boot genomen door de Zilvervloot

Sparend voor later ga je straks ook sparend dood

En later later is allang begonnen

En vandaag komt nooit meer terug”

Het Kleine Orkest, Later is al lang begonnen

 

"En zo`n reis van drie maanden, wat kost dat?" De vraag werd me maar enkele keren gesteld, maar het is geen onbelangrijke voor wie `lang' wil reizen. Drie maanden is nog relatief kort in vergelijking met andere reizigers die ik hier tegenkom. Veel twintigers die alleen reizen zijn soms een jaar of langer onderweg, al of niet met een werk/reis visum. En dan zijn er de vijftigers/zestigers die ik tegenkwam, soms enkele jaren op reis en alles of het meeste verkocht om die reis mogelijk te maken. Je kan op verschillende manieren Nieuw-Zeeland doorkruisen: motels, hotels, B&B`s en dergelijke leken me maar eenzaam en ook te duur. Een kampeerwagen is fijn als je met twee of meer bent maar alleen is het niet de ideale manier om andere reizigers en de Kiwi`s te leren kennen. Het netwerk aan Hostels is echter ideaal; gemiddeld 22 tot 30 dollar (13-18 euro) voor een bed in een "share of dorm room", koffie/thee inbegrepen en soms ontbijt. Het gebruik van de keuken, ijskast, alle kookbenodigdheden,... maakt het makkelijk om elke dag eenvoudig tot zeer uitgebreid te koken. Op het ogenblik dat ik dit reisverslag schrijf verblijf ik in het Kenloch Hostel aan het Wakipiti meer, 20 km van de bewoonde wereld, wandelpaden en kajaks in overvloed. De twee labradors Delilah en Samson wachten om mee op wandel te worden genomen. En als de spieren verstramd zijn van het wandelen - de Routeburn track en andere wandelingen liggen in de onmiddellijke omgeving - dan is er nog de SPA, een heet bad in een ronde ton, met uitzicht op het meer. Maar terug naar mijn reis van de afgelopen weken.

Image28 december, ik verlaat de Catlins en keer terug - dus noordelijk - richting Dunedin waar ik de nieuwjaarsdagen zal doorbrengen. Voor twee dagen zoek ik de ultieme rust op in het allerkleinste hostel op mijn tocht: Billy Brown net buiten Port Chalmers. Port Chalmers is een stadje - zeg maar groot dorp - in de baai voor Dunedin en heeft een containerkade. Ondanks dat blijft het een aangename plaats met een drukke hoofdstraat met tal van winkels, pubs en enkele hotels. Net buiten Port Chalmers rij je langs een bochtig circuit naar de stranden aan de rand van de baai. Het hostel ligt halverwege tussen Port Chalmers en de monding van de baai, hoog op een heuvel ("you need to take your first gear!", had de eigenaar me aan de telefoon verzekerd). De eigenaars wonen aan de voet van de heuvel en hebben behalve het hostel een schapenboerderij. Er is slechts plaats voor 9 gasten: 1 double, 1 twin en 1 share met 4 bedden. Ik deel de 'share' met Julius en Lisa, jonge Duitsers die ik voordien in Golden Bay en de Catlins ook al was tegengekomen. Het uitzicht vanuit het hostel is prachtig. Een aangename keuken voor een uitgebreide maaltijd en een gezellige leefkamer rond een houtvuur met een pick-up en tal van oude grammofoonplaten. ... Scrabble in het Engels, onze woorden zijn maar kort maar het bord geraakt gevuld!

ImageDe volgende dag kijk ik op de stranden samen met de pinguïns naar de surfers. Het kleine dorpje aan het strand, Aramoana herbergt - zo zou ik een week later ontdekken - echter een gruwelijk verleden. In 1990 draaide 1 van de bewoners compleet door en schoot twaalf andere dorpsgenoten - waaronder 4 kinderen - en 1 politieagent dood. Gedurende 20 uur waren de dorpelingen gegijzeld in hun huizen, de lokale politie kreeg de doorgedraaide schutter niet te pakken, tot een speciale eenheid de volgende dag er een einde aan kon maken. Deze tragedie werd beklijvend verfilmd in de NZ-film "Out of the blue". Per toeval op een regenachtige avond zag ik de film, terwijl ik me nog goed het bezoek aan dit aardige dorpje herinnerde. http://www.youtube.com/watch?v=35M3jSusb-w

De stranden rondom Dunedin zijn een aantrekkingspool voor surfers, zoals Nao, Heyo en Yushi die ons de 2de nacht in Billy Brown komen vervoegen. Alle drie zijn ze afkomstig uit Japan en wonen reeds meer dan 5 jaar in Nieuw-Zeeland. Yushi is tandheelkundige, en sprak bij zijn aankomst in Nieuw-Zeeland minder goed Engels - bij wijze van compliment voor mijn Engels;-) - maar een goede job of opleiding verzekerde een permanente verblijfplaats. Met enige verwondering vernemen ze van mij dat de bibliotheken in Nieuw-Zeeland gratis internet aanbieden, op mijn beurt kan ik aantonen me hier al goed thuis te voelen. Niet elk hostel beschikt over goede internetverbindingen en in Billy Brown was de afwezigheid ervan zelfs een zegen. Maar voor ik naar Dunedin rij vertoef ik enkele uurtjes in de bib van Port Chalmers om de derde fotoreeks en het bijhorende verslag op FB te zetten.

Dunedin! Al van voor kerstmis had ik mijn drie nachten in Hogwartz geboekt. De naam van het hostel en ook de tovenaarshoed aan de inkom zeggen me niets... er zijn dus nog mensen die de Harry Potter boeken of films niet gelezen/gezien hebben;-) Niettemin een bijzonder gezellig hostel, uiteraard veel groter dan Billy Brown, maar de veelheid aan verschillende kamers en gasten doen geen afbreuk aan de charme van het huis. Ik mag mijn intrek nemen in de vroegere Bisshops Dining Room, ooit was het gebouw het optrekje van de plaatselijke bisschop. Zijn vroegere Dining Room wordt in de lonely planet aangeprezen omwille van de 5 goede bedden (geen bunks hier) in de hoge kamer. http://www.hogwartz.co.nz/photos

Hogwartz bevindt zich op een heuvel slechts 5 minuten van het centrum  (je hebt wel 10 minuten nodig om terug te keren, puf, hijg, zweet...). De centrale plaats, het Octagon is een gezellig rond plein met tal van pubs. De eerste dag verken ik de winkelstraat richting museum, bezoek zowat het ganse museum en stort me `s avonds in het publeven met de gedachte de avond voor Nieuwjaar kan misschien nog leuker zijn dan Nieuwjaar zelf. Dunedin - de naam verwijst naar het oud Keltisch voor Edinburgh - werd gesticht door Schotse immigranten omstreeks 1850. Zelf nu zijn de Schotse, maar ook Engelse invloeden merkbaar, vooral in de kleding. Alle kleuren, om ter kortst en blijkbaar ongevoelig voor de `Schotse' temperatuur. In alle pubs aan het Octagon speelt een groepje. "Take it easy" klinkt uitnodigend en ik stap Craigs binnen. Monteith`s (alomgeprezen brouwerij aan de westkust) van het vat, zo`n 7 verschillende versies! Ik begin met een Ale, Summer Ale en eindig met de Golden Lager. De pub is goed gevuld en Tat en Towe nodigen me uit aan hun tafeltje. Towe doctoreert in Nieuw-Zeeland en is afkomstig uit Kameroen. Tat is plaatselijk chiropractor en kwam op zijn 5 jaar samen met zijn ouders vanuit Maleysie. Al snel gaat ons gesprek over politiek. Tat is volgend jaar regionaal kandidaat voor Labour en vraagt achter mijn ervaringen en advies; "Stay yourself!" en "stress zul je krijgen, dus zoek alvast maar al naar een goeie chiropractor;-)". De avond voor Nieuwjaar is inderdaad bijzonder gezellig en diep in de nacht zoek ik mijn bed op.

ImageDe laatste dag van het jaar. Ik ga op zoek naar de Schotse roots van Dunedin in het Settlers museum. Bezoek de Speights brouwerij, vooral de proefkamer waar we de tijd krijgen alle verschillende bieren te proeven, geniet mijn belangstelling. `s Avonds nodigen de eigenaars van het hostel iedereen (die wil) uit voor een eenvoudige BBQ. Vlees, brood een ijskoud bier, gezelligheid heeft niet veel nodig. Met een groepje zakken we af naar het Octagon waar een live band de regen verdrijft. Middernacht, vuurwerk. Geen enkel incident dat de avond van de duizenden feestvierders vertroebelt. In Dunedin wordt aan het toeval niets overgelaten, niet enkel op NJ-avond maar gans het jaar is drank op straat niet toegelaten. Enkel in de pubs en het aansluitende terras wel uiteraard. Op het Octagon houdt de politie een oogje in het zeil, in en rond de cafés en de terrassen zijn er bijzonder waakzame veiligheidsmensen. Drankmisbruik wordt in het oog gehouden en enkele jongeren die toch te veel op hebben worden geholpen om veilig thuis te geraken. De relatie tussen feestvierders en veiligheidsmensen is opperbest, niemand wordt met een scheef oog bekeken. Ook de sfeer in de pubs is geweldig. Een live band in een van mijn favoriete pubs (op de 2de avond heb ik al favorieten;-)) speelt tot 4 uur de pannen van het dak.... en dan gaat ook bij mij het licht zachtjes uit.... enkel die heuvel nog, kan Harry Potter me niet wat toverkracht of een bezem lenen?

Nieuwjaarsdag, ik word overgehaald tot de nodige uitstapjes. Het kasteel, Lanarch Castle,  in de omgeving van Dunedin, Sandfly bay met zeeleeuwen, het adembenemende Tunnel Beach en tenslotte een kort bezoek aan het steilste straatje, Baldwin St, van de wereld... wauw... er was zelfs ooit een pub, maar die ging dicht, wie wil er immers telkens zo steil de straat op.     

2 januari, ik verlaat Dunedin, richting Lake Wanaka. Hi Fabian, Hi Lauria, Hi Therese. Wanaka is me te toeristisch na het gezellige Dunedin. Maar het meer is mooi en in de omgeving zijn er tal van wandelpaden. We kiezen voor een stevige klim naar de Rob Roy Glacier. Blijkbaar ben ik de enige die deze Schotse held ken. De wandeling ligt een uurtje buiten Wanaka en is enkel bereikbaar met droog weer omdat we 7 beekjes met de auto moeten doorkruisen. De wandeling is pitting, na de hangbrug slingert het wandelpad steil de berg op en eindigt met zicht op de Rob Roy Glacier waar ook de Kea`s van het zicht genieten.

ImageNa Wanaka riskeer ik een tweede bezoek aan de Westkust. De Haastpas tussen Wanaka en de Westkust zou betoverend zijn, maar behalve veel regen vallen enkel de watervallen op. Na Haast volgen de twee gletsjers, maar ik rij door naar het kustplaatsje Hokitika om daar het `beloofde' goede weer af te wachten.

Drifting Sands, Murray, Nigel en Henry de hond ontvangen me met veel warmte. Het hostel is klein en gezellig, een kolenkachel zorgt voor verkwikking na de tocht door de regen. Ik deel de kamer met 3 andere mannen, een draagt de voetbalshort van JM Pfaff van dertig jaar geleden en heeft een foute snor. Who cares;-) De branding dondert me in slaap. De volgende morgen klaart het op. Hokitika is bekend voor Jade, juwelen vervaardigt uit groene stenen die op de stranden - met het nodige geluk - te vinden zijn. Het voormalige goudstadje heeft een woest verleden en nog steeds zijn de bewoners van het westen buitenbeentjes.  Het hostel is voor de 2de nacht volgeboekt omwille van de paardenkoersen. Ik vind onderdak  in Birdsong. Neil ontvangt me met een gezonde portie humor: "Jij hebt genoeg mannen gezien zeker, je kan de kamer delen met 3 vrouwen." Als jongste op de kamer neem ik het bovenste bed van een van de bunks. Eerst duik ik nog de pub in, ter ere van de paardenkoersen speelt er een band. Pop en rock van de bovenste plank. Mijn tafelgenoten trakteren me spontaan een biertje en Catherine, een Australische architecte werkzaam voor de overheid en op tocht samen met haar man in een kampeerwagen, vraagt me honderduit over mijn camera. Spontaan wordt me een job aangeboden, hoezo? Australië is toch een bijzonder streng immigratieland?

De zon schijnt!, het ideale moment om de glacier Ka Roimata o Hine Hukatera (Maori) beter gekend als Frans Jozef te bezoeken. Met zo`n 4700 mm regen (4,7 meter) per jaar - in België valt er jaarlijks gemiddeld 800 mm - zijn zon-dagen schaars. Zonder gids ga je de gletsjer niet op, begrijpelijk elke dag schuift hij 1 meter op en worden nieuwe kloven en grotten gecreëerd. In 2009 werden nog twee onvoorzichtige toeristen gedood door vallend ijs.  De wandeling is adembenemend, een van de zogenaamde hoogtepunten op het Zuidereiland, terecht!

ImageDe hostels in Frans Josef zijn groter dan ik gewend ben, ik kies voor Glom Worm Cottage met de beste rating en tref het met rustige kamergenoten. Via de schaarse uren op het internet verneem ik wat nieuws van thuis. Uiteraard ook de politiek. Het is verbazend hoeveel andere reizigers die ik ontmoet de situatie in België een beetje kennen: men kent niet enkel het land (de chocolade en het bier), maar men weet dat er een onderscheid is tussen het noorden en het zuiden. Zelfs als ik simpelweg antwoord dat ik Flemish ben weet men dat meestal te situeren. Ook van de aanslepende regeringsonderhandelingen zijn niet enkel Europese, maar ook Amerikaanse, Israëlische, Australische, .... reizigers en veel Kiwi`s die ik ontmoet op de hoogte. Gewild of niet, BDW en de N-VA hebben goed werk verricht om het splitsingsscenario in het buitenland bekend en aanvaardbaar te maken. Een Tsjech die ik ontmoet maakt er weinig woorden aan vuil: "Als samenleven/werken in een land niet meer gaat, splits het land, voor ons was dat geen probleem."Ook het nieuws van het huwelijk tussen Marie-Rose Morel en Frank Vanhecke bereikt me. Tijdens mijn tocht heb ik er vaak aan gedacht. Ondanks mijn breuk met het VB bewaar ik de beste herinneringen aan de samenwerking met een aantal vrienden en kameraden uit mijn vroegere partij. Frank was een gouden voorzitter, zorgdragend voor zijn partij, die niet zichzelf (in tegenstelling tot anderen) op het voorplan plaatste en zich liet omringen door degelijke medewerkers/collega`s ipv mouwvegers.  Ook nu, met de zorgwekkende gezondheidstoestand van Marie-Rose, typeert het zorgdragende Frank. Deze beide mensen verdienen na al de ellende van het afgelopen jaar het allerbeste....  maar de berichten uit Vlaanderen zijn weinig hoopgevend, het zet ons met beide voeten op de grond hoe machteloos we zijn tegen een onrechtvaardige ziekte.

Blijkbaar blijft het niet onopgemerkt dat ik handig met een camera overweg kan. "Is it possible that you take some pictures from are skydive landing?" Skydiving, in het Nederlands gekend als een tandemsprong met een instructor uit een vliegtuigje van min 12000 voet (ongeveer 4 km hoog), vrije val tot 5000 voet tot de parachute opengaat. Enkel het vernoemen reeds bezorgde me voorheen kippenvel. Maar na zo`n 25 hangbruggen op de wandelpaden en enkele hoge toppen was mijn hoogtevrees wat verminderd. "Yes, I`ll take some pictures." Dus mee naar de kleine luchthaven in Frans Josef. Wist ik veel dat ik mijn eigen instructor (2 dagen later) en de fotograaf (die vanuit de lucht foto`s en video-opnamen maakt) aan het fotograferen was. Het aanschouwen van de kleine stipjes in de lucht, het opengaan van de parachutes en de zachte landing doen mijn koudwatervrees verdwijnen. Twee dagen later spring ikzelf! Won (instructor), Michael (fotograaf) en de anderen zijn bijzonder professioneel. Lichte (zeer hoge) bewolking, ver uitzicht, het vliegtuigje klimt langzaam tot 12000 voet, zicht op de Aoraki/Mount Cook, de andere besneeuwde toppen en in de verte de oceaan, we scheren over de Ka Roimata o Hine Hukatera glacier, de deur van het vliegtuigje gaat open en we duiken de diepte in....

“Let me feel

I'm falling

I am falling safely to the ground” - Eddie Vedder, Long Nights

Bruno


 

 

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland 5 (10 jan – 26 jan) Image

 “Ik leg m'n handen om de reling

De kust verdwijnt, de boot drijft stil

Ik voel een vredig soort verveling

Ik kan maar ik weet niet of ik wil

In de verte zie ik vaag het land nog

Een beetje zand, een beetje steen

Ik zwaai nog een keer met m'n hand, toch

Weet ik: Er is geen mens, ik ben alleen

Vaarwel, vaarwel

Misschien tot ziens

Het kan wel even duren voordat ik weer terug ben

They ask me at the captain's table

I want refuse that simple life

I feel a little bit unstable

What course the captain tuesd tonight “

Boudewijn De Groot - Captain`s table

 

"Twaalf weken, enkel op het Zuidereiland?"  De vraag wordt me gesteld door een koppel Nederlanders die vijf weken op reis zijn (op zich wel een lange tijd), waarvan 3 weken in 'gans' Australië, een op het Noordereiland en tenslotte de laatste week op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. De reis van hun leven, elk bezoek en alle tussenvluchten goed op voorhand gepland. Maar toegeven doen ze wel: ontzettend veel km`s afgelegd, maar te weinig gezien of echt genoten; te snel, te weinig tijd om te blijven hangen op de vele leuke plekjes, geen gelegenheid gehad om echt contact te maken met bewoners of andere reizigers. Dus niet enkel verwondering in hun intonatie maar ook enige vorm van bewondering dat ik mijn 12 weken zo langzaam besteed enkel op het Zuidereiland.

De bewoners van het Zuidereiland zelf worden in hun trots gesterkt als ik hun vertel dat ik mijn 12 weken enkel en alleen op 'hun eiland' doorbreng.  Om het plaatje compleet te maken: het Zuidereiland is zo`n 12 keer groter dan Vlaanderen en kent slechts 1 miljoen inwoners. Op het Zuidereiland wonen gemiddeld 7 inwoners per vierkante kilometer, in Vlaanderen zijn dat er 462.  Verdere uitleg is overbodig zeker...

Terug naar mijn trip. Ik had nooit kunnen denken dat 3 km vrije val zo`n bijzonder gevoel zou geven. Verschillende dagen nadien genoot ik verder van mijn eerste skydive-ervaring. Na met de parachute te zijn geland koers ik verder naar het volgende gletserdorp, Fox Glacier. In de onmiddellijke omgeving ervan bevindt zich het Lake Matheson. Bij zonsopgang/ondergang zie je in het meer de reflectie van de Mount Cook. De mooiste postkaarten zijn uiteraard op het meest ideale ogenblik genomen, maar na een tweede bezoek - op het bijna ideale moment - tref ik een dus bijna rimpelloos meer en fotografeer ik een mooie weerspiegeling van de Mount Cook .

Image De zon maakt overuren tijdens mijn bezoek aan de westkust. Enkele dagen voordien zag ik de watervallen bij de Haastpas tijdens de regentocht, bij mijn terugkeer naar het zuiden zijn het nog maar onbeduidende miezerige stroompjes. Na het slapen in enkele grote hostels in Frans Jozef en Fox Glacier snak ik naar een portie huiselijke gezelligheid. Arrowntown: het lijkt op een far west dorp, het hostel - Poplar Lodge - bevindt zich er middenin. "Are all the men`s so tall in your country?" vraagt een Taiwanese die in het hostel werkt. Na de grote hostels van de voorbije dagen is Arrowntown wel een ideale plaats om even tot rust te komen. Voor de LOTR-fans: langsheen Arrowntown zie je een miezerig riviertje (Arrow river) waar Arwen met de creatie van een vloedgolf Frodo gered heeft van de Nazgûl.  

De volgende dag rij ik verder naar Queenstown aan het Lake Wakatipu. Een bruisende stad vol met jongeren, de bakermat van de kicks, de benjisprong werd hier uitgevonden.  Een aaneenschakeling van straten vol winkels, pubs, restaurants, toeristenbureau`s. Zoveel te doen!  Ik blijf er welgeteld twee uur en koers verder naar de andere, rustige kant van het meer. Glenorchy, een leuk gehucht. Nog verder rij ik naar de afgelegen Kinloch Lodge, mijn uitvalsbasis de komende 3 dagen voor enkele dagtochten in de buurt van de Routeburn Track. Opnieuw bekenden, Hi Alexandro en Sebastian (Zwitserland), een jaar lang op wereldreis, enkele dagen later zetten ze hun trip verder in Zuid-Amerika. Ik deel de kamer met een gepensioneerd koppel uit Amerika. Steve was voorheen werkzaam bij justitie en gedurende de laatste jaren samen met zijn echtgenote Barbra in een nationaal park. Ze vragen me honderduit over mijn trip, over mijn werk (geen dus;-)), over de politiek en de situatie in België. "You`ve to come to Amerika!" Beiden gruwelen ze van zoveel facetten van de Amerikaanse 'cultuur' en de rol van de VS als politieagent van de hele wereld, maar ze verzekeren me dat het land en de nationale parken me zullen bevallen. Voor de zoveelste keer tref ik Amerikanen op mijn pad en steeds de alleraardigste mensen.   

Veel hostels hebben ofwel geen tv ofwel een gezellige aparte tv-kamer zoals Kinloch Lodge. Een fles wijn en een zak chips (ik kan toch geen kilo`s blijven verliezen;-)) en een goede Nieuw-Zeelandse film. Binnen enkele dagen trek ik naar Ivercargill, mijn keuze voor de film 'de Fastest Indian' met Anthony Hopkins ligt voor de hand. Voor wie de film nog niet gezien heeft een echte aanrader: http://www.youtube.com/watch?v=3bu9dGRQvJY&feature=related

Image De zon schijnt als ik mijn eerste dagwandeling aan de Greenstoon River maak rond het kleinere Rare Lake. De start van het wandelpad is slechts te bereiken met de wagen na het oversteken van een aantal riviertjes, soms komt het water hoger dan de instapboorden; spannend! Wat een rust, de overweldigende natuur treft me. Enkel bij mijn lunch deel ik het gezelschap van een Engels echtpaar. "Flanders, haven`t you still a new government;-)?" Ik leg hun de creatie van België uit, eigenlijk was het jullie schuld om in 1830 een Duitse prins die wat rondhing aan het hof in Londen de 'job' van koning van België te geven en wij zitten nog steeds met de gebakken peren;-).

Het is al bijna avond als ik terug in het hostel aankom. Net boven de kamers in de Kinloch Lodge aan de grens van het woud bevindt zich een spa, heet bad in een ronde houten ton, met uitzicht op het meer. Ideaal om `s avonds te bekomen van de lange wandeling.

 Het hostel herbergt voornamelijk mensen die mobiel zijn met een eigen of huurwagen. Behalve Anita, een Duitse chemicus wiens busticket bijna verstreken is. Het herinnert me eraan dat ik nog steeds mijn busticket heb dat toch nog wat geld waard is. Je kan het makkelijk doorverkopen had men mij bij aanvang in Christchurch verzekerd. De mogelijkheden op internet  zijn toch wat schaars, een FB-pagina met slechts 6 aanbiedingen en nauwelijks geschreven reacties op een volledig jaar. Ik bied mijn ticket tegen een gunstige prijs aan, Anita tevreden, ik tevreden en ik trakteer mezelf op een overdosis pannenkoeken met spek, banaan en citroenstroop. In het DOC bureau vraag ik achter een dagtocht naar een top met een mooi uitzicht: de Mount Alfred dus. 1000 meter (van 250 naar 1250) stijgen in 2,5 uur, de eerste 850 meter door het bos en vervolgens bijna recht omhoog de berg op. Halverwege het laatste eind kom ik andere klimmers tegen die het niet meer zien zitten om zo stijl omhoog te gaan. Pfff, mocht ik niemand gekruist hebben, ik had het 'wandelpad' niet gevonden. Maar ik bereik de top. Wauw, 360 graden uitzicht. Aan de andere kant in de diepte ligt 'Paradise', het woud waar het gevecht aan het eind van het eerste deel van Lord of the Rings werd ingeblikt en waar Boromir zijn laatste adem uitblies. Je voelt op heel wat plaatsen de sfeer van de film als je alleen door een bos of over een bergkam trekt. Prachtige vergezichten en nauwelijks de aanwezigheid van andere mensen.

ImageDe beklimming van de Mount Alfred had ik tijdens de eerste weken van mijn reis waarschijnlijk minder goed aangekund. En er zijn nog zoveel andere mooie wandelingen in de omgeving. Kinloch is een plaats om terug te keren. Maar nu lokt het diepste zuiden. Ik zet koers naar Invercargill, helemaal onderaan het Zuidereiland en de toegangspoort tot Bluff van waaruit je de boot naar Stewart eiland kunt nemen. Ondertussen heb ik met de wagen al ruim 4000 km`s afgelegd.

De radiostations zijn een zegen, Country wat de klok slaat, het bereik is uiteraard beperkt door de uitgestrektheid van het land en de vele bergachtige gebieden, maar er resten me nog enkele cd`s. De Eagles blijven favoriet om de vele km`s te overbruggen.

"Take it easy, take it easy

Don't let the sound of your own wheels

Drive you crazy."

Invercargill! Het hostel "Southern comfort" is zowat de gezelligste plaats van het stadje. Uiteraard zoek ik de motorfiets van Burt Munro op. De replica staat in een klein museum aan de I-site. De echte motorfiets bewonder ik bij E Hayes & Sons, tussen de motorzagen en de grasmachines, WAUW. Ik breng een bezoek aan Bluff en ook aan het strand waar Burt Munro de wedstrijd leverde tegen de bende motards en rij verder langs de prachtige scenic route langsheen de kust tussen Invercargill en Manapouri. Het is koud in het zuiden en mijn rolkraagtrui is Imagetoch niet nutteloos meegebracht. De eenzame kuststrook is prachtig met leuke plaatsjes als Riverton, Colac Bay, Orepuki, Te Waewae,... `s Avonds ben ik de enige gast in het hostel in Otautau. Op de televisie wordt de film 'In Bruges' aangekondigd. Mijn gastvrouw geeft het na 10 minuten op: "I can`t understand their English!" Ik denk: "Ik wel, maar ik kan het jouwe amper verstaan."  Er is inderdaad heel wat verschil tussen het Engels van de kiwi`s en het Ierse accent van Collin Farrell en Brendan Gleeson. 'In Bruges' is een meesterlijke film, heerlijk langzaam en men laat het karakter van de stad en de hoofdpersonages volledig tot zijn recht komen. Mijn gastheer zei wel bij het begin dat hij het bij de eerste reclameblok zou opgeven, maar hij kijkt de ganse film uit en weerstaat de 7 reclameonderbrekingen. "What a good movie! I think I`ve to visit Bruges and Fla.... what`s the name of your country... Flanders? ... I`ll try to remember that!"  

 Ik koers verder langsheen het zuiden van Fiordland over een kiezelweg naar Lake Hauroko, het diepste meer van NZ. Aan het water is er de zalige rust, enkel zandvliegen, massa`s zandvliegen ... soms verklaart hun aanwezigheid de rust. Aan de andere kant van het meer een naderend stipje. 10 minuten later legt een klein motorbootje aan. 3 baarden stappen uit, het hadden evengoed 3 figuranten uit de film 'Alive' kunnen zijn. "We keren terug van de Dusky track." Dit verklaart voldoende. De Dusky track: 8 dagen op zijn minst, rivieren doorwaden of overzwemmen, de nodige klimpartijen. "10 dagen deden we erover, alleen het inschatten van voldoende voedsel was toch een probleem." Ik zie het;-) Ik geef een van deze Tsjechse baarden een lift naar Manapouri waar de auto voor de aanvang van de track werd achtergelaten en verneem alle mooie momenten van de tocht.

Mijn eerste avond in Manapouri breng ik door bij Barnyard Backpackers met een prachtig uitzicht op het meer en de bergen. Blijkbaar waren er de voorbije dagen veel jongelui (twintigers) in het hostel want een 33-jarige Duitse zegt me dat het 'nice' is om terug eens met mensen van haar leeftijd te praten. Met zijn vieren praten we luchtig de avond vol - over travel songs en travel books - en zien een kleurenspel van wolken en regen in de verte. We bevinden ons op de rand van Fiordland met afhankelijk van de plaats min 2000 tot zelfs 8000 mm regen per jaar (in Vlaanderen is dat jaarlijks gemiddeld 800 mm, wie durft er nog zeggen dat het bij ons veel regent.)

 

 

Long nightsImage

I'll take this soul that's inside me now

Like a brand new friend

I'll forever know

I've got this light

And the will to show

I will always be better than before

Long nights allow me to feel...

I'm falling...I am falling

The lights go out

Let me feel

I'm falling

I am falling safely to the ground

Eddie Vedder 

Veel hostels herbergen vaak muzikale reizigers en meer dan eens wordt piano gespeeld of een gitaar bovengehaald. Sean Penn`s verfilming van Jon Krakauer`s boek "De wildernis in/Into the wild" blijkt niet alleen bij mij maar bij heel wat 'reizigers' een overgetelijke indruk te hebben nagelaten. Nog eens versterkt met de meesterlijke muziek van Eddie Vedder. Het noodlottige verhaal van Chris McCandless (12 februari 1968 en op zijn eenzame tocht in Alaska gestorven op 18 augustus 1992) spreekt velen aan, behalve dan een reizigster uit Alaska die zich de dood van McCandless (niet ver van haar geboorteplaats) kan herinneren en haar schouders ophaalt en stelt: "de dommerik, had hij niet eenvoudigweg het brugje enkele km`s verder kunnen nemen voor hij van honger crepeerde of de verkeerde planten opat."

ImageIk tref het met het weer. Ongeveer anderhalve week breng ik door in Fiordland en behalve enkele buien word ik slechts met een halve dag regen geconfronteerd. In de verte zie ik wel de plaatselijke regenbuien boven de bergen in Fiordland. De volgende avond breng ik dan ook uren voor en na zonsondergang door aan de rand van het meer met camera en mini statief. De Kepler Track komt eraan, dus ik bereid me verder voor met enkele dagwandelingen en informeer langs mijn neus naar de mogelijkheden om de Doubtful Sound te bezoeken. De vele fjorden in Fiordland worden sound`s genoemd, de Milford is de meest bekende, de Doubtful veel moeilijker te bereiken, maar oneindig veel mooier...zeg maar het 8ste wereldwonder. "Slechts een plaats over op de boottocht van 22 uur met overnachting!" Ik twijfel niet en na een boottochtje over het Lake Manapouri en met de bus over een bergkam scheep ik in aan boord van de Navigator voor toch weer een onvergetelijk hoogtepunt van mijn reis. Ik deel een hut in de buik van het schip met Joris uit Gent en een Nederlands koppel. Een van de bemanningsleden uit Nederland heeft haar vroegere leven omgeruild met de gevarieerde job op de Navigator bij `Real Journeys'; wij zien zo`n job ook wel zitten;-) Het verblijf op de Navigator boeit elk ogenblik. Na het eerste stuk door de sound richting zee te hebben afgelegd is er tijd voor een kajaktocht langsheen watervallen en rotsen en vervolgens een duik in het toch wel koude water..."Hoe dichtbij is de Zuidpool alweer?" Honger wordt er niet Imagegeleden, integendeel de cruise bespaart me van een nieuw bezoek aan een schoenmaker om een extra gaatje in mijn broeksriem te laten zetten (ik had er al twee laten prikken in de 5de week van mijn reis). We treffen het met het weer en na het aanschouwen van dolfijnen, pinguïns en zeehonden zetten we koers met volle zeilen over de Tasmanzee en keren terug via de Tompson Sound. Mijn camera maakt overuren tot na zonsondergang en na een korte nachtrust om het eerste licht in de sound vast te leggen. In de verste arm van de sound legt de kapitein het schip volledig stil en luistert iedereen naar de sound of silence in dit prachtig gebied. En dan is ook deze belevenis achter de rug.

Een klein stukje verder naar Te Anau. Rosies Backpacker Homestay is als thuiskomen, slechts 10 bedden (ik had dan ook al van 3 weken tevoren geboekt). Samen met Fabian en Lauria die ondertussen uit de richting van Queenstown in Te Anau zijn aangekomen, breng ik een bezoek aan de Milford Sound. De weg ernaar toe wordt omschreven als uniek. Terecht en regelmatig stoppen we aan de vele meren, watervallen en korte wandelingen. Milford Sound, met 8000 mm regen per jaar, een van de natste gebieden ter wereld. We maken een boottochtje in de volle zon en aanschouwen dit prachtig stukje natuur. In tegenstelling met de Doubtful wel veel andere bootjes en ook enkele helikopters en vliegtuigen. Geen sound of silence, maar daarom niet minder indrukwekkend!

 De volgende dag begint onze wandelmeerdaagse op de Kepler Track. Enkele gegevens van het internet:

"De Kepler Track is een schitterende wandeling door het Fiordland National Park. Tijdens deze wandeling krijg je het mooiste van het diverse landschap van dit Nationaal Park te zien. Je komt langs indrukwekkende bergen, watervallen die heel hoog spectaculair naar beneden donderden, groene bossen, valleien bedekt met ijs, indrukwekkend kalkstenen formaties en fjorden en rivieren die diep het landschap insnijden. Hier tussendoor leven vele soorten vogels, zoals bellbirds, tomtits, grey warblers, fantails en chaffinches. Met een beetje geluk, of juist ongeluk, zie je de kea: enige alpiene papegaai van de wereld. Dit brutale beest is behoorlijk brutaal en is dol op je eten, sokken, hoeden, zonnebril en de rest dat in zijn bek past.

Deze prachtige track is 65 km lang en begint vlak buiten Te Anau en voert je door de Kepler Mountains. Je begint met de beklimming van Mount Luxmore en via de bergen loop je naar het Manapouri Lake. Hoewel dit klinkt als een route die alleen is geschikt voor fervente bergwandelaars, is juist de Kepler Track geschikt voor vrijwel iedereen. De wandelpaden zijn vaak met planken bedekt, zijn er op moeilijke stukken extra bruggen gebouwd of extra traptreden aangelegd. Alleen zul je op sommige plekken door het water moeten dat soms wel bijna twee meter diep kan zijn. Overnachten doe je in de drie hutten of op de twee campings die je onderweg tegenkomt. Boeken is essentieel en dat kan bij de DOC informatiepunten die door heel Nieuw-Zeeland liggen. De route is het hele jaar te doen en duurt drie à vier dagem.

De Kepler Track begint en eindigt vlak buiten Te Anau. Sommige reizigers kiezen ervoor te stoppen bij Rainbow Beach en nemen de watertaxi terug naar de start."  

ImageDe watertaxi laten we links liggen, we kiezen ervoor om het ganse traject te voet af te leggen. Het eerste uur wandelen we langs het meer, maar dan gaat het vele uren omhoog tot uiteindelijk voorbij de boomgrens Luxmore hut wordt bereikt. Onderweg leer ik een aantal andere wandelaars kennen, waaronder Marcel een stoere Nederlander - en weeral een fijne gesprekspartner - die samen met zijn vrouw Lena NZ rondtrekt. Vijftig gasten worden verwelkomd door Chris de beheerder van de hut. Boeiend vertelt hij over zijn job. 8 dagen verblijft hij in deze hut, vervolgens heeft hij 6 dagen vrij en dit gedurende 9 maanden per jaar. Enkel in de winter heeft hij geen werk. Vanuit Luxmore hut heb je een prachtig zicht op het meer Te Anau en de bergen. De accommodatie is heel eenvoudig, tafels en stoelen, voldoende gasvuurtjes en 2 grote bunkkamers. Ik heb geluk en lig ver verwijderd van de zwaarste snurker. Net zoals tijdens de vorige wandelingen geen vuilbakken, alles wat je het natuurpark inbrengt neem je terug mee.

De volgende dag begint mistig. Het eerste uur is aangenaam koel. Maar we stijgen boven de wolken en naderen de top van de Mount Luxmore (1490 meter). De zon laat alle wolken verdampen als we over de toppen van de bergketen wandelen. De rugzak weegt zwaar, hoewel ik mijn voorraad eten goed heb afgewogen. Op het laatste ogenblik heb ik de pot pindaboter, extra spaghetti en saus toch maar in Te Anau gelaten. De tweede dag van de tocht is het zwaarste, vnl. de steile afdaling naar Iris Burn hut. Mijn knieën kraken.

De derde dag is vrij eenvoudig, eigenlijk hadden we de tocht met een dag kunnen inperken, maar Motorau hut ligt prachtig gelegen aan het Lake Manapouri. Een verkwikkende duik en wederom een gezellige avond. Blijkbaar begint de tocht te wegen want zowat de helft van de aanwezigen zoekt al voor 8 uur zijn bed op. We (een Schot uit Edinburgh, een Française uit de Alpen en een Engelsman uit Bristol en ikzelf) kaarten - bij een bekertje Jameson - tot het licht in de hut gedoofd wordt. Bij het uitkiezen van mijn bed had ik minder geluk. 3 meter van mij snurkt een Oostenrijker het halve bos om. Gelukkig is er aan de andere kant van de kamer nog een bed vrij.

De laatste dag blijven er nog 16 km over doorheen een heuvelachtig landschap. 6 uur wandelen staat er op de wegwijzers, ik overbrug de afstand in 3 uur en een kwartier. De stal roept of beter het afsluiten van de tocht in een gezellige pub in Te Anau. Meer moet dat niet zijn!

Bruno

 

 

Zwerftocht door Nieuw-Zeeland deel 6 en slot (26 jan – 8 feb)Image

Daar is altyd ‘n wereld

Wat ons nog nie ken nie

Daar is altyd ‘n taal

Wat ons nie versta

‘n Deel van onsself

Waarvan ons vergeet het

Daar is altyd ‘n pad

Wat ons nog kan gaan

Daar is altyd nog ruimte

Verby die einde

Altyd ‘n stem

Van binne wat praat

Daar is altyd ‘n wonder

Wat ons nie kan verklaar nie

Altyd bagasie

Om agter te laat

Daar is altyd ‘n lied

Vir die wat wil sing

Altyd ‘n son

Ook al sien jy die maan

Daar is altyd ‘n wêreld

Wat ons nog nie ken nie

Altyd een grens, altyd een grens,

Om over te gaan

                Stef Bos - Komatiepoort

ImageDe Kepler Track zit erop en `t is tijd voor een frisse pint. Teveel pubs in Te Anau zijn te groot en ongezellig (lange lege toog, groot televisiescherm) maar de 'Lonely Planet' helpt (is onmisbaar) om een gezellige plek te vinden. P. 649 in de ‘Lonely Planet’ brengt ons naar de Redcliff bar (bar en gezellig restaurant). Samen met Marcel (Nederland) en Lena (Kazachstan) sluit ik de vierdaagse af met gesprekken over de politiek (geloof me, ik begon er nooit zelf over;-)), de Westerse wereld, economie, werken, zeilen, reizen…  Regenen deed het maar weinig tijdens mijn verblijf in Fiordland, maar het NZ bier compenseerde in voldoende vocht.

De volgende morgen verlaat ik Te Anau en Fiordland. Nog een kleine twee weken te gaan en ik volg het advies van verschillende medereizigers om een week in de Banks Penunsila - Akaroa (in de buurt van Christchurch) - door te brengen. Eerst moet ik nog een hele afstand overbruggen. De eerste dag stop ik in Gore (Central Southland), het hart van de countrymuziek in NZ. Altijd al heb ik een wedstrijd in schapendrijven willen zien en ik heb geluk! De wedstrijd wordt onderbroken voor een gezellige barbecue en men nodigt mij uit om aan te sluiten. Smakelijk!

ImageGore is niet echt toeristisch en het hostel 'Fire station backpackers', een voormalige brandweerkazerne, is verlaten. Niet voor lang, druppelsgewijs komen enkele andere reizigers binnen waaronder Andreas, een sympathieke Zwitser die komt vissen in de vele rivieren in NZ. Andreas is nog maar een week in NZ en heeft maar een zeer minimale Engelse woordenschat, maar hij geeft niet op en ik vermoed dat hij na enkele weken al heel wat vooruitgang zal maken. De eigenaar van het hostel zien we nauwelijks, wie laat binnenkomt schrijft zijn naam op het bord en betaalt zijn bed via een omslag in een doosje. Het treft me al die weken dat het er overal vrij eerlijk aan toe gaat. De reizigers van tegenwoordig beschikken over een lap- of netbook, gsm`s (behalve de mijne natuurlijk die ook eens 3 maanden mocht uitblazen), I pod`s, fototoestellen.... In alle hostels heb ik geen enkel incident met diefstal meegemaakt. Het gerief van een ander wordt met rust gelaten ook al ligt het voor het grijpen. Op mijn twaalf weken doorheen het Zuidereiland heb ik in welgeteld 33 verschillende hostels overnacht. Op 3 uitzonderingen na (te groot en onpersoonlijk) telkens een hostel dat me goed beviel. En uiteraard waren er uitschieters. Mijn twee favorieten ‘The Innlet’ aan Golden Bay en ‘Billy Brown’ in Port Chalmers:  http://goldenbayindex.co.nz/theinnlet/hostel.html en http://www.billybrowns.co.nz/

Na Gore breng ik de twee volgende dagen opnieuw door in Dunedin dat perfect op mijn weg richting Akaroa ligt. Zonder enige twijfel is Dunedin de gezelligste stad op het Zuidereiland. Ik breng een langer bezoek aan het spoorwegstation opgetrokken in Vlaamse renaissance stijl (waarschijnlijk daardoor dat velen het als het mooiste gebouw in Nieuw-Zeeland beschrijven) http://en.wikipedia.org/wiki/Dunedin_Railway_Station en kan eveneens een bezoek aan het Olveston huis (http://www.olveston.co.nz/home) aanraden. De bijzonder gedetailleerde uitleg van de gids - in een heerlijk verstaanbaar Engels - is het bezoek al dubbel en dik waard, tevens krijgt men een goed zicht op het aangename leven in dit huis eind 19de tot halfweg 20ste eeuw.

Zaterdagavond, de pubs in Dunedin zijn gezellig, maar omstreeks 10 uur is het nog maar stil. Ik zie Kim Clijsters op tv verdiend winnen, maar zoek dan toch een pub met goeie livemuziek op. Omstreeks middernacht barst de pub uit zijn voegen en nog eens twee uur later - wanneer ik terug naar het hostel keer - staat heel het stadscentrum op zijn kop met feestende studenten. Het academiejaar is blijkbaar terug begonnen en dat moet gevierd worden. Het ganse hostel dreigt wakker te worden door een dronken Ier die te diep in het glas gekeken heeft en zijn sleutel niet meer kan vinden. Gelukkig heb ik mijn sleutel nog.

Met kleine ogen rij ik verder tot in Oamaru en eindelijk vind ik de enige single malt whisky die Nieuw-Zeeland rijk is. Of beter rijk was, want ongeveer sinds 1995 is men met de productie gestopt. Aardig maar onvergelijkbaar met single malts uit Schotland en Ierland. Oamaru heeft tal van oude (naar Nieuw-Zeelandse normen) en statige gebouwen, maar het hoofddoel van mijn bezoek is de Mouraki Boulders met het juiste licht te fotograferen. De zonsondergang is echter te donker. Voor de perfecte foto moet men dagen of zelfs weken geduld hebben, maar daar wacht ik niet op, ik rij verder naar Akaroa.

De Banks Peninsula met Akaroa als belangrijkste plaatsje liggen slechts op 80 km afstand van Christchurch en worden vermoedelijk om die reden door veel reizigers overgeslagen. Onvergeeflijk, want dit schiereiland (dat Cook destijds verkeerdelijk als een eiland in de eerste kaarten liet opnemen) is bijzonder mooi. De Banks Peninsula zijn ontstaan uit een vulkaanuitbarsting, het hart van de vulkaan van destijds is een prachtige baai die uitgeeft op de zee. Ik heb gekozen voor telkens 2 dagen in 3 verschillende hostels.

ImageOnuku farm hostel is een voltreffer. Prachtig uitzicht op de baai. Jemma (zoals zovelen afkomstig uit Duitsland en met een ‘work/travel visa’ voor een jaar in NZ) ontvangt me met veel enthousiasme en gedrevenheid in haar werk alsof ze het al jaren gewoon is. Ik maak kennis met Allan, een van mijn kamergenoten en met zijn 78 jaar ongetwijfeld de oudste reiziger die ik tegenkom. Hij vertelt me met kleur zijn verhalen. In 1959 beslisten Allan en zijn echtgenote om hun huis in Engeland te verkopen en uit te wijken naar Nelson op het Zuidereiland in Nieuw-Zeeland. Maar na de verkoop van het huis veranderde zijn echtgenote van gedacht. Pas in 2006 kwam Allan in zijn eentje naar Nieuw-Zeeland en overwinterde hij elk jaar nadien 4 maanden in Nieuw-Zeeland. De komende 2 dagen zou ik regelmatig zijn gekruide avonturen mogen horen.

Het Onuku farm hostel is bekend om zijn kleinschalige kajak- en zwemtochten met de Hectordolfijnen. Ik had reeds van tevoren deze excursie geboekt. De tocht is een echte belevenis. Jef neemt ons mee in zijn stevige rubberboot de baai en de zee op. Chrissi die op de boot werkt zorgt voor een passende wetsuit, snorkel en vinnen. Er waait een stevige warme noordenwind. Vele dolfijnen laten zich vlak bij de boot zien, maar de golven zijn te wild om te zwemmen. Dit wordt ons overduidelijk als we vanuit de zee de baai terug invaren recht de golven in. Gedurende een kwartier worden we getrakteerd op een stevige portie avontuur, de golfen zijn gigantisch en de toch forse boot krijgt het zwaar te verduren. Eén golf is te hoog en gedurende een fractie is de ganse boot met motor los van het water. Jef zoekt een beschutte baai op, en als hij ons vertelt dat hij het in zijn bijna dagelijkse tochten nog nooit zo hevig heeft meegemaakt moeten we toch even slikken. Niet voor lang want de wind valt weg, de golfen verdwijnen en de dolfijnen komen in groepjes rond de boot zwemmen. Met drieën duiken we met snorkel en vinnen het water in. Uitdrukkelijk word je gevraagd om de dolfijnen niet te trachten te raken, evenmin doen zij het omgekeerde, maar je ziet en voelt hun aanwezigheid. Een bijzondere ervaring. Een dik kwartier later steekt een koude zuidenwind op, zelfs aan de oostkust kan het weer zich van zijn grilligste kant laten zien.

Rond de Onuku farm liggen tal van wandelpaden en ik trek opnieuw mijn wandelschoenen en verken de baai in de richting van de oceaan. De zon schijnt en van stappen krijg je dorst. In het hostel wordt (clandestien?) bier gebrouwen dat zich `s avonds bijzonder goed laat smaken. Toch met enige spijt neem ik afscheid van opnieuw een heel gezellig hostel.

De volgende dag rij ik van de baai rond Akaroa over de heuvelrug naar Okains Bay naar het best gerateerde hostel in 2010. Double Dutch (de naam laat het al raden) wordt uitgebaat door Tinker en Willem afkomstig uit Nederland. Een mooi uiterst verzorgd hostel met slechts 3 kamers (2 dubbele en een share room met 3 bedden), bijzonder rustig gelegen.  In zo`n klein hostel heb je met iedereen contact. Joran de jongste uit Israel, een koppel Australiërs, Birgit een Duitse en nog een Duitser die in Christchurch werkt en zijn moeder op bezoek heeft. Kortbij gelegen is er het Maori museum dat ik uiteraard bezoek. "From were are you Bruno."  Waarop ik antwoord dat ik van 'Flanders' ben. Tot mijn verbazing klinkt dat niet onbekend. Flanders heeft een bijzondere betekenis voor de Maori`s in deze streek. Tussen 1914 en 1918 vertrok 1/3 van de mannelijke Maori bevolking van het nabijgelegen dorp richting Europa en de IJzerlinie in Vlaanderen. De helft zou niet terugkeren (zowat het hoogste aantal slachtoffers in verhouding met diegenen die vertrokken van gans Nieuw-Zeeland) en rust voor eeuwig in 'Flanders Fields'.

 Men biedt me een tas thee aan en ik maak kennis met enkele Maori die het museum pikfijn in orde brengen voor de naderende festiviteiten op Waitangiday (6 februari).

Na Okains Bay zoek ik mijn laatste hostel op, Bon Accord in Akaroa. Ik verken de baai al zeilend in een éénpersoons zeilbootje. Akaroa is gesticht door Fransen omstreeks 1840 en die Franse toets valt onmiddellijk op. Tal van gezellige restaurantjes, koffiehuizen en pubs. Uiteraard in zo`n kleine wereld bekenden. Hi Jemma, hi Chrissi. Chrissi vertelt me haar verhaal. Vijf jaar geleden kwam ze voor 4 maanden op vakantie in Nieuw-Zeeland en bleef er 'hangen' en is nadien enkel nog naar Duitsland teruggekeerd om haar familie en vrienden terug te zien. Op enkele jaren tijd mits het doorworstelen van de papierenmolen en de verschillende obstructies is ze een kiwi geworden. Het is niet voor iedereen weggelegd.

ImageMijn laatste dag in Akaroa breekt aan. Ik word uitgenodigd om mee te gaan naar Waitangaday (http://waka.volkenkunde.nl/wp-content/uploads/2010/12/Verdrag-van-Waitangi.pdf) in het Maori museum en inderdaad dat moet je gezien hebben. Een traditionele Hangi voor honderden mensen (men bereidt het eten in een oven in de grond). Zonovergoten luisteren we naar de muziek. Een laatste duik in de oceaan, en mijn verblijf in de Peninsula Banks zit erop. Terug in het hostel deel ik de overschot van mijn supermarkt uit en wordt het laatste bier opgedronken.

De volgende dag regent het als ik richting Christchurch rij. Auto inleveren en de bagage in mijn rugzak tot 23 kg trachten te beperken. Eenmaal in het vliegtuig worden we getrakteerd met een prachtig zicht van de eerste zonnestralen op het Lake Tekapo en de Mount Cook/Aoraki. Adembenemend om op die manier afscheid te nemen. Je voelt het gewoon... eens in Nieuw-Zeeland krijg je een denkbeeldig bungikoord om je heen...je geraakt wel weg, maar voelt je voor altijd verbonden om terug te keren.

Bruno

 


 

 
< Vorige   Volgende >