Thuis - Weblog
Vraagstelling in het Vlaams Parlement over het GRUP en heb behoud van de gehuchten Afdrukken
vrijdag 08 juni 2012
Op donderdag 7 juni werden er in de commissie Mobiliteit en Openbare Werken vragen gesteld over de voorlopige vaststelling van het GRUP Havenuitbreiding en de gehuchten. Hieronder leest u de vraagstelling.

Vraag om uitleg van de heer Filip Watteeuw tot de heer Kris Peeters, minister-president
van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid,
Landbouw en Plattelandsbeleid, over het verdwijnen van de gehuchten Ouden Doel en
Rapenburg voor de nieuw geplande uitbreiding van de haven van Antwerpen

De voorzitter: De heer Watteeuw heeft het woord.


De heer Filip Watteeuw: Minister, de Vlaamse Regering heeft het gewestelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan (GRUP) voor het havengebied van Antwerpen voorlopig vastgesteld. Het is
een belangrijk uitvoeringsplan, omdat er diverse uitbreidingen in staan op de linkeroever van
de Schelde. De Saeftinghezone van meer dan 1000 hectare zit er ook in. In die zone zou naast
het Deurganckdok een tweede getijdendok kunnen worden aangelegd. Er is ook sprake van
de verlenging van het Verrebroekdok en van een tweede zeesluis.


Voor deze nieuwe havenontwikkeling en de daartoe noodzakelijke natuurcompensaties, iets
dat Europa oplegt, moeten diverse woonzones wijken. Het meest verregaand blijft het
verdwijnen van het dorp Doel. Daarover hebben we al vaak gesproken. Nu komen er nog
andere woningen en dorpen bij: Ouden Doel en Rapenburg. De mensen die daar nu wonen,
willen niet weg. Het lijkt erop dat we daar een nieuw conflict krijgen, zoals bij Doel.
Dit conflict ontstaat uiteindelijk omdat de Vlaamse Regering niet bereid is om de kosten te
betalen voor het beveiligen van deze woonzones tegen overstromingen. Men weigert ook
meer geld uit te geven voor natuurcompensaties op een andere plek. De regering kiest voor de
goedkoopste oplossing en offert dus de bestaande woningen en woonzones op.
Mensen uit de N-VA, uw coalitiepartner, zeggen dat er wel degelijk andere oplossingen
waren. Bruno Stevenheydens, de fractiesecretaris van de N-VA in het Vlaams Parlement en
gemeenteraadslid, zegt dat de N-VA diverse keren tijdens vergaderingen van de Vlaamse
Regering studiewerk heeft gepresenteerd, waaruit blijkt dat die beide dorpen behouden
kunnen blijven, en dat dat ook gewenst is. Het materiaal is er om een goede beslissing te
nemen en toch doet men dat niet. Hij zegt dat hij het omstandig heeft uitgelegd, maar dat men
er toch niet op wil ingaan. Natuurspecialisten van Natuurpunt bijvoorbeeld zeggen dat het
absoluut dezelfde waarde zou hebben en dat die compensaties er zouden zijn, maar men wil
niet af van het plan. Bruno Stevenheydens vermoedt dat er druk is van het Havenbedrijf.
Naast de natuurcompensaties is het nog de vraag in hoeverre die ontwikkeling echt nodig is.
Het is gemakkelijk om te zeggen dat de uitbreiding van de haven noodzakelijk is en dat we
daarin moeten meestappen. Maar kan dat ook worden beargumenteerd? De Economische
Ontwikkelingsstudie van 2005, een document van de Antwerpse haven zelf, stelt dat het
eigenlijk niet noodzakelijk is voor al wat te maken heeft met industriële activiteiten.
Daarvoor moeten we niet gaan zoeken in het Waasland, in Doel en omgeving. Dan kun je
enkel de conclusie trekken, als het niet nodig is voor de klassieke activiteiten, dat het gaat
over de containeractiviteiten. Ik kan enkel vaststellen dat ook daar de noodzaak van die
uitbreiding niet duidelijk is.


Het Deurganckdok, dat toch al een tijdje bestaat, had als geschatte capaciteit 6,4 miljoen
twenty feet equivalent units (TEU). Andere organisaties die dit beoordelen, onder andere
PSA en Antwerp Gateway, stellen dat de capaciteit van het Deurganckdok 9,2 miljoen TEU
is. In 2010 zaten we tussen ongeveer 1,2 en 1,4 miljoen TEU. Het overschot van het
Deurganckdok is 7,8 miljoen TEU. Opvallend is ook dat de evolutie van die cijfers
ongelofelijk traag gaat. Daar zit geen groei in. Daar is blijkbaar niet echt de grote vraag.
De capaciteit van de rest van de haven is ongeveer 10 miljoen TEU. Daarvan wordt een 7
miljoen TEU gebruikt op de rechteroever. Op de rechter- en linkeroever samen is er een
overschot van ongeveer 10,8 miljoen TEU. De huidige containertrafiek in 2011 was 8,7
Commissievergadering 4 nr. C260 – OPE17 (2011-2012) – 7 juni 2012
miljoen TEU en in 2010 8,4 miljoen TEU. Dat betekent dus dat de overschotten op de linkeren
rechteroever goed zijn voor 10, 8 miljoen TEU. De containertrafiek was in 2011 goed voor
8,7 miljoen TEU en in 2010 voor 8,4 miljoen TEU. De totale capaciteit bedraagt meer dan 19
miljoen TEU, bijna 20 miljoen TEU. Wij benutten vandaag dus nog niet eens de helft van de
capaciteit. Zelfs met enorme groeiritmes zullen wij de komende dertig jaar nog overschotten
realiseren. Tot 2040 worden wij zelfs met een grote groei en met de bestaande technieken niet
met capaciteitsproblemen geconfronteerd. Op dit ogenblik blijven wij 10 procent onder het
meest optimistische scenario van de economische ontwikkelingen. Men moet ook beseffen
dat de productieve aanwending van de ruimte in de havens voortdurend toeneemt. Voor
Antwerpen gaat men uit van een zeer lage ruimteproductiviteit: 26.000 containers per jaar en
per hectare. Voor Hamburg is dat bijvoorbeeld 35.000 containers per jaar en per hectare. Die
uitbreiding is dus niet noodzakelijk.


Onder meer de minister-president zei onlangs dat de uitbreiding economisch noodzakelijk is.
Hij stelt dat de haven niet zonder kan. Ik wil u daarover enkele vragen voorleggen. Een: kunt
u zwart op wit bewijzen dat deze nieuwe havenuitbreiding echt nodig en rendabel is?
Misschien zult u verwijzen naar een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) die dat
zal aantonen, maar vandaag staat men al heel ver. Men kan eigenlijk nog moeilijk terug. Op
welke concrete cijfers beroept u zich om te stellen dat de uitbreiding nodig is? Twee: is
nauwkeurig bestudeerd of een scenario mogelijk is waarbij geen bijkomende woningen en
gehuchten moeten sneuvelen? De N-VA stelt die vraag ook, en dat is ook het geval voor de
CD&V-burgemeester van Beveren, die spijtig genoeg niet hier is. Een burgemeester die
wordt geconfronteerd met twee dorpen in zijn gemeente die moeten verdwijnen, zou hier toch
aanwezig moeten zijn. Zijn er alternatieve locaties gezocht voor de natuurcompensaties?
Hoeveel zou een dergelijk scenario kosten?


– De heer Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Drie: aangezien het helemaal niet zeker is dat er ook op korte termijn infrastructuurwerken in
het dorp Doel of in de genoemde gehuchten en zone rond Doel zullen worden uitgevoerd,
vraag ik me af of het voor de regering niet bespreekbaar is om een tijdelijke bestemming en
functie te geven aan het dorp Doel en de gehuchten Ouden Doel en Rapenburg. Is in de
instelling van een tijdelijk woon- en pachtrecht voorzien? Kan men daarbij lessen trekken uit
de maatregelen die in het dorp Doel van kracht waren en zijn? In elk geval moet het mijns
inziens de bedoeling zijn dat, zo lang er bewoning en activiteit is, deze woonzones ook echt
veilig en leefbaar blijven.


De voorzitter: De heer de Kort heeft het woord.


De heer Dirk de Kort: Voorzitter, minister, collega's, ik sluit mij graag aan. Onze factie is
bijzonder tevreden over de daadkracht van de Vlaamse Regering. Want na 13 jaar worden
dankzij het afbakenings-GRUP knopen doorgehakt. Volgens mijn informatie zal het openbaar
onderzoek over dat afbakenings-GRUP morgen starten en zullen de bekommernissen die er
op lokaal vlak zeker nog zijn, nog kunnen worden opgenomen.
In tegenstelling tot wat de heer Watteeuw zegt, is het al dan niet definitief vastleggen van het
afbakenings-GRUP niet enkel belangrijk voor de economie, maar ook voor de natuur. Zijn
kijk op het probleem is wat eenzijdig. Er zijn immers een aantal noodzakelijke
natuurontwikkelingsprojecten – compensaties – die niet kunnen worden gerealiseerd zonder
een afbakenings-GRUP.


De voorzitter: De heer Dehandschutter heeft het woord.


De heer Lieven Dehandschutter: Voorzitter, minister, collega's, ik ben geen lid van deze
commissie, maar als volksvertegenwoordiger voor de N-VA uit het Waasland vind ik het niet
meer dan gepast om hier een en ander over het partijstandpunt te zeggen. De huidige
uitbreidingsplannen van de haven van Antwerpen zijn meer dan 12 jaar oud. Zowel in het
oorspronkelijke planproces als de plan-MER werden beide gehuchten – Ouden Doel en
Commissievergadering nr. C260 – OPE17 (2011-2012) – 7 juni 2012 5
Rapenburg – niet bedreigd. Pas op 11 september 2009 werd op basis van een toegevoegde
nota beslist om Ouden Doel en Rapenburg niet te behouden. Deze toevoeging gebeurde vrij
geruisloos, want de inwoners van beide gehuchten en het merendeel van de Beverse
gemeenteraadsleden werd daarvan niet op de hoogte gebracht.


Ouden Doel en Rapenburg – ooit deelgemeenten van Doel, nu deel van de gemeente Beveren
– zijn twee gehuchten op een boogscheut gelegen van de Zeeuws-Vlaamse grens, in de
onmiddellijke nabijheid van het gehucht Prosperpolder, dat deel uitmaakt van de vroegere
deelgemeente Kieldrecht. Het zijn dus unieke stukjes Vlaanderen. Rapenburg is onlangs heel
mooi in beeld gebracht in de pers, met zijn dijkhuisjes uitkijkend op polders en een
kunstmatig gecreëerd natuurgebied. Ouden Doel is een woonlint, rijkelijk bedeeld met
charmante huizen dat uiteindelijk dicht bij de Schelde eindigt. Het is samen met een aantal
woningen in Doel het laatste erfgoed dat ons rest op de Linkerscheldeoever tussen Antwerpen
en de Nederlandse grens in die polder die ooit op de natuur is gewonnen.


De voorbije maanden en jaren heeft N-VA achter de schermen getracht een en ander te
bewerkstellingen om de gehuchten – waaronder ook Saeftinghe – te vrijwaren. In eerste
instantie deden we dat door een initiatief begin oktober 2011 om beide gehuchten uit het
onteigeningsplan – onderdeel van het ontwerp-GRUP Havenuitbreiding – te halen. We
hebben echter moeten vaststellen dat we daar onvoldoende in werden gesteund, ook al heeft
de burgemeester van Beveren het nodig geacht om al rond te bazuinen dat de toekomst van de
twee gehuchten er goed uitzag.


De N-VA heeft herhaalde keren gepleit voor het behoud van Ouden Doel, Rapenburg en
Saeftinghe. In opdracht van minister Muyters werd er ook een studie uitgevoerd waaruit
bleek dat het technisch mogelijk was en ook maatschappelijk gewenst die te behouden. Ook
daarna hebben we helaas moeten vaststellen dat we onvoldoende steun kregen.
Van het GRUP ligt thans de voorlopige vaststelling voor. Zoals de heer de Kort zei, vangt het
openbaar onderzoek morgen aan en loopt het tot en met 6 augustus. Het loopt dus voor een
stuk tijdens de vakantieperiode. Dat neemt echter niet weg dat er in het Waasland een grote
bezorgdheid leeft over de impact van de havenuitbreidingsplannen die men via dit GRUP wil
realiseren, zowel wegens de onzekere economische verwachtingen, als wegens de impact op
de mobiliteit, de grootschalige grondinname en de onteigeningsplannen.


Hoe dan ook leeft er bij velen de hoop – niet alleen de stille hoop – dat de gehuchten alsnog
zouden kunnen worden gevrijwaard. Het gaat er bij velen moeilijk in dat wegens
economische imperatieven de natuur voor een stuk plaats moet ruimen en dat ter compensatie
van die natuur uiteindelijk de mensen zelf worden getroffen en verzocht om elders onderdak
te vinden. Die logica gaat er bij vele mensen zeer moeilijk in en is door
beleidsverantwoordelijken ook moeilijk te verklaren.

Voorzitter, dat is het standpunt van de N-VA.


De voorzitter: De heer Huybrechts heeft het woord.


De heer Pieter Huybrechts: Andere collega’s hebben reeds aangehaald dat de plaatselijke
bestuursleden van vooral N-VA en CD&V een totaal andere kijk hebben op dit dossier dan
hun ministers in de Vlaamse Regering. De fractiesecretaris van de N-VA in het Vlaams
Parlement spreekt zelfs van een “onbehoorlijke beslissing van de Vlaamse Regering”. Ouden
Doel en Rapenburg zullen echter spijtig genoeg moeten verdwijnen, want volgens minister
Muyters “gaat het maatschappelijk belang in deze aangelegenheid boven het individueel
belang.”
Minister, collega’s, voor het Vlaams Belang zijn polders en landbouwgebied even belangrijk
als haven- en industriegebied. Voor ons – dat hebben we vroeger ook gezegd – mogen
mensen nooit wijken voor vogels.


Het is dan ook vanuit menselijk oogpunt dat het Vlaams Belang Beveren en het Vlaams
Belang Antwerpen de Vlaamse Regering vragen om de havenuitbreiding op Linkeroever niet
als alibi te gebruiken om nog maar eens in de naam van Europa waardevol landbouwgebied
op te offeren voor de groene beweging. Voor het Vlaams Belang kunnen Ouden Doel en
Rapenburg vreedzaam voortbestaan naast het nieuw ontwikkelde havengebied.
Minister, ik hoop dat u hier rekening mee zult kunnen houden.


De voorzitter:
Minister Crevits heeft het woord.


Minister Hilde Crevits: Collega’s, ik dank u voor deze sympathieke vragen.
Ik hoor mensen zeggen dat de N-VA ertegen is. Het gaat hier wel over een voorlopige
vaststelling van een GRUP. Ik weet niet of u weet wie dat binnen de Vlaamse Regering in
principe initieert? De minister van Ruimtelijke Ordening, die deze legislatuur een minister
van de N-VA is. Hij heeft dat geïnitieerd op de Vlaamse Regering en wij hebben dat zeer
collegiaal op de Vlaamse Regering goedgekeurd.


Het GRUP is enkele weken geleden vastgesteld. Het is een voorlopige vaststelling, dat weet u
allemaal. Dat betekent dat er nog een procedure moet worden doorlopen. De voorlopige
vaststelling is genomen op 27 april 2012. De plannen worden nu onderworpen aan een
openbaar onderzoek, waarbij uiteraard inspraak mogelijk is van al wie dat wenst. Vanaf 8
juni, morgen, tot 6 augustus ligt het GRUP ter inzage op de gemeentehuizen van Beveren,
Sint-Gillis-Waas, Stabroek en Zwijndrecht, alsook op het stadhuis in Antwerpen.
Die plannen zullen ook worden voorgesteld op twee infomarkten, in Kallo en in Stabroek. Op
die infomarkten kan al wie dat wenst en daar geïnteresseerd in is, alle informatie verkrijgen
over duurzame haven- en natuurontwikkeling die een evenwicht zoekt tussen economische
welvaart, werken, wonen, landbouw en natuur. Medewerkers van de betrokken
overheidsdiensten en van de haven zullen iedereen wegwijs maken in de nieuwe plannen.


Ook zal worden uitgelegd hoe men zelf aan het openbaar onderzoek kan deelnemen. Na het
openbaar onderzoek en de verwerking van de adviezen, opmerkingen en bezwaren volgt de
definitieve vaststelling van het GRUP. Dat weet u allemaal vast wel.
Tijdens die infomarkten zullen ook de begeleidende maatregelen aan bod komen. U kon in
het verslag van de Vlaamse Regering lezen dat de Vlaamse Regering gelijktijdig met het
GRUP ook een zogenaamd sociaal begeleidingsplan heeft goedgekeurd om de
maatschappelijke gevolgen van die onteigeningen weg te nemen of te verzachten. In dat
sociaal begeleidingsplan zijn onder meer maatregelen bepaald voor bewoners, zoals een
premie voor de herinrichtingskosten van een nieuwe woonst of een voorrangspositie voor
sociale huisvesting.


U weet dat wij ook een bemiddelaar hebben aangesteld die de mensen zal begeleiden naar een
op maat gesneden oplossing. Bovendien wil de Vlaamse Regering, in nauwe samenwerking
met de gemeente Beveren, een aantal beslissingen nemen en budgetten uittrekken om
herhuisvestingsmogelijkheden te creëren. Het is de bedoeling om de bewoners van Ouden
Doel en Rapenburg de kans te geven hun woon- en leefkwaliteit voort te zetten in de
onmiddellijke omgeving van waar ze vandaag wonen. Om die reden is Prosperdorp de eerste
keuze.


Tot hier de stand van de procedure. Het is belangrijk dat ik die schets. Het is een voorlopige
vaststelling, de definitieve vaststelling moet nog komen. Alle regels worden gevolgd. Er
komt ook een openbaar onderzoek, dat straks zal starten. Het loopt inderdaad tot in de
vakantie, maar nu is het alleszins nog geen vakantie. Het onderzoek loopt tot half augustus,
dus de geplande periode is ruim. Mocht u eraan twijfelen, kan ik u bevestigen dat de Vlaamse
Regering rekening houdt met alle bezwaren en verzoeken die binnenkomen – zoals we
trouwens altijd doen –, naar aanleiding van de vaststelling van het definitieve GRUP.
Commissievergadering nr. C260 – OPE17 (2011-2012) – 7 juni 2012 7
Ik kom tot het inhoudelijke luik. Het gewestplan dateert van 1978. Ik wil u erop wijzen dat
het ruimtelijk havenareaal in het gewestplan van 1978 aanzienlijk groter was dan de huidige
plannen die op de rechter- en linkerscheldeoever het havengebied afbakenen. De geplande
uitbreiding van de haven van Antwerpen is in wezen een inkrimping van het havengebied in
vergelijking met het gewestplan van 1978. Het gaat om een inkrimping met meer dan duizend
hectare.


Binnen die zone beschrijft het strategisch plan voor de haven van Antwerpen een streefbeeld
voor de haven tot 2030. Het was de eerste keer dat op een dergelijke schaal in
langetermijnperspectief een strategisch planningsproces werd opgezet. Het strategisch plan is
gefundeerd op de visie uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarin zeehavens
omschreven worden als economische poorten. Uit die context zal men bekijken hoe de
toekomst er duurzaam kan uitzien.


De plancontext wordt gevormd door een aantal functies in het gebied en is onderbouwd door
talrijke, ook economische, studies. Bij de opmaak van het strategisch plan voor de haven
werd rekening gehouden met volwaardige natuurontwikkeling. Twee collega’s hebben daar
ook naar verwezen. Die volwaardige natuurontwikkeling vormt de basisvoorwaarde.
Daarnaast zijn de leefbaarheid van woonkernen, een acceptabel niveau van mobiliteit, een
economisch leefbare landbouw, ruimte voor verwerking van baggerspecie, het respecteren
van milieugebruiksruimte en integraal waterbeheer de randvoorwaarden.
Het strategisch plan is tot stand gekomen na een zeer uitgebreid overlegproces met alle
betrokken stakeholders en actoren. Het planproces nam ongeveer zeven jaar in beslag, van
halfweg 1999 tot halfweg 2006. Het voorkeursscenario is breed gedragen. Dat blijkt onder
meer uit een motie van de gemeente Beveren van dinsdag 15 mei 2012, waarin de gemeente
de verankering van het strategisch plan als toekomst voor de haven principieel ondersteunt.
Het is dus niet zo dat de gemeente dat niet steunt.
Op het verdwijnen van de gehuchten Rapenburg en Ouden Doel kom ik in uw volgende vraag
terug.


Op 11 september 2009 heeft de Vlaamse Regering gekozen voor wat in het plan-MER
omschreven wordt als het maatschappelijk meest haalbare alternatief (MMHA). Dat MMHA
is de na te streven gewenste ontwikkeling voor de haven van Antwerpen. Tegelijk heeft de
regering er ook voor gekozen om de milderende en natuurcompenserende maatregelen ter
zake te nemen.
De Vlaamse Regering heeft met dat MMHA-voorkeursscenario eveneens gekozen voor een
scenario van grote economische groei tot 2030. De bedoeling van de Vlaamse Regering was
en is de bevestiging van de ambitie om de haven van Antwerpen verder uit te bouwen als
grootste zeehaven in Vlaanderen en als main port in de Hamburg-Le Havre range.
Collega’s, het klopt dat de crisis in 2009 geleid heeft tot een sterke en onverwachte daling
van de maritieme trafiek. Het herstel van de economie en de trafiekvolumes verliep
moeizaam en is wellicht nog niet volledig achter de rug. In 2011 zagen we wel dat de
trafiekcijfers voor de haven van Antwerpen al opnieuw op het niveau zaten van voor de
crisis.


In 2006 kon men uiteraard niet voorspellen dat die financiële crisis zou toeslaan en dat dit een
effect zou hebben op de maritieme trafiek. Ook vandaag is het moeilijk om precies in te
schatten hoe de geglobaliseerde wereldeconomie verder zal evolueren. Ik verwijs naar de
talrijke vragen om uitleg en actuele vragen die door de collega’s worden gesteld over de nood
om de toekomst van de haven van Antwerpen duurzaam te verankeren, zeker als je kijkt naar
de regels in de ons omringende landen, zoals in Nederland.
Het GRUP moet ons het juridisch kader bieden waarbij het volledige havengebied van
Antwerpen de klanten van de toekomst zal aantrekken door nu reeds werk te maken van het
Commissievergadering 8 nr. C260 – OPE17 (2011-2012) – 7 juni 2012
versterken en verder uitbouwen van het multifunctioneel karakter van de haven. In de ons
omringende buurlanden zijn er ook veel havenuitbreidingsprojecten, zoals de Tweede
Maasvlakte in Rotterdam, het project Port 2000 in Le Havre en de JadeWeserPort in de
Duitsland.


Met de voorlopige vaststelling van het GRUP heeft de Vlaamse Regering haar beslissing van
2009 nu consequent omgezet in ruimtelijke termen. De eerdere keuze van de Vlaamse
Regering voor een voorkeurscenario voor grote economische groei houdt in dat we nu in
ruimte moeten voorzien om die groei mogelijk te maken. Met ongeveer 1000 hectare betekent
de Saeftinghezone uiteraard – dat kan niet worden ontkend – een belangrijke uitbreiding van
de huidige Waaslandhaven. Er loopt momenteel in opdracht van het Havenbedrijf Antwerpen
een studie voor een maatschappelijke afweging en kosten-batenanalyse, die moet aangeven
wat de meest optimale invulling is, zowel wat de infrastructurele ontwikkeling als de timing
en fasering van aanleg en ingebruikname van de Saeftinghezone betreft. Men onderzoekt dus
wat de meeste kansen en opportuniteiten oplevert. Dat is volledig in overeenstemming met
ons Vlaams regeerakkoord 2009-2014.
Ik citeer eventjes: “Het gebied Saeftinghe wordt ingericht als havengebied overeenkomstig
het meest maatschappelijk haalbaar alternatief van de plan-MER. De invulling kan gefaseerd
gebeuren en kan maritiem, industrieel of logistiek zijn of een combinatie ervan, in functie van
de economische behoeften. De studies voor de realisatie van een opengetijdedok worden
voortgezet. Er zal een maatschappelijke kosten-batenanalyse worden uitgevoerd van de
verschillende planopties. Daarna zal op projectniveau de standaardmethodiek van het
Vlaamse Gewest worden toegepast.” Gezien de doorlooptijd van de voorbereidende
onderzoeken en procedures zal een definitieve beslissing over de invulling van de
ontwikkelingszone Saeftinghe sowieso pas in de volgende legislatuur aan de orde zijn.
De keuze voor het voorkeursscenario of het meest maatschappelijk haalbaar alternatief
(MMHA) heeft uiteraard een impact op de huidige bewoning in enkele poldergehuchten. Heel
wat van de nieuwe bestemmingen, zoals havengebied, dokken, ontsluitingsinfrastructuur en
overstromingsgebieden, maken het moeilijk om dat te laten samengaan met verdere
bewoning. Zelfs zonder een ontwikkeling van de Saeftinghezone zal de druk op de aanwezige
bewoning door de steeds intensievere havenactiviteiten tot een erosie van de leefbaarheid
leiden.


Het klopt, collega’s, dat de Vlaamse Regering een aantal scenario’s heeft laten onderzoeken
waarbij de randvoorwaarden voor het behoud van de gehuchten Ouden Doel en Rapenburg in
kaart zijn gebracht. Bij de uiteindelijke beslissing zijn criteria afgewogen, zoals de
erfgoedwaarde, de woonkwaliteit in de nieuwe situatie, de kostprijs, het aantal getroffen
mensen, de waterhuishouding, de bereikbaarheid, de veiligheid, de compatibiliteit met het
Nooddecreet en de impact van het behoud op het omliggende natuurgebied. Er zijn ook
alternatieve locaties voor natuurontwikkeling onderzocht. Voor verschillende van deze
alternatieve scenario’s zijn de kosten, omwille van onder meer de specifieke situatie, in
verhouding tot de verwachte baten en levensomstandigheden te hoog. Het klopt dus dat er is
geoordeeld dat de kost te hoog is in vergelijking met de baten, maar het is wel onderzocht.
De bewoners van Ouden Doel en Rapenburg zijn in de paasvakantie bevraagd door de
bemiddelaar en de procesmanager, die de resultaten hebben gerapporteerd aan de Vlaamse
Regering. Een van de meest eenduidige conclusies was dat de mensen de onzekerheid beu
zijn en duidelijkheid wensen over de toekomst. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. Die
afweging is grondig gebeurd. We hebben alle elementen naast elkaar gelegd en daarna
hebben we als Vlaamse Regering geoordeeld dat er geen garantie kan worden gegeven dat de
bewoning in de twee gehuchten ook in de toekomst met een voldoende leefbaarheid zal
kunnen blijven samengaan met de estuariene natuur.


Mijnheer Watteeuw, u weet dat een groot deel van de Linkerscheldeoever, inclusief Ouden
Doel en Rapenburg, al in 1978 op het gewestplan bestemd is als havenuitbreidingsgebied. De
overheid heeft daarom sinds de jaren 80 in dit gebied een beleid gevoerd dat gericht is op de
vrijwillige aankoop van gebouwen. Meer dan 80 procent van de woningen die gevat zijn door
het voorliggende ontwerp van GRUP is nu al eigendom van de overheid. Naarmate de
verschillende deelgebieden van het nieuwe GRUP gerealiseerd worden, zullen de resterende
woningen worden verworven. De overeenkomsten met de bewoners in woningen die al
eigendom zijn van de overheid, moeten uiteraard worden opgezegd. Met elke bewoner
moeten correcte afspraken worden gemaakt. Dat is evident.


Collega’s, aangezien er vandaag nog geen duidelijkheid is over de start van de uitvoering van
het project, moeten wij nu nog geen afspraken maken. Een tijdelijk woonrecht is vandaag niet
aan de orde, omdat die woningen pas verworven of ontruimd zullen moeten worden als de
start van de uitvoering van dat project nadert. Wie daar woont, kan daar op dit ogenblik
uiteraard gewoon blijven wonen. Het openbaar onderzoek moet nog van start gaan.
Voor de woonkern van Doel blijven de eerdere beslissingen van de Vlaamse Regering van
toepassing. Het goedgekeurde GRUP zal een einde maken aan de rechtsonzekerheid en de
Vlaamse Regering toelaten haar beleid verder te zetten. Collega’s, voor mij is het belangrijk
dat we in dit dossier duidelijkheid scheppen en dat er rechtszekerheid komt. Daarom hebben
we nu het GRUP voorlopig vastgesteld. Na de inspraakprocedures zal het GRUP definitief
worden afgesproken. Het is zeker niet zo dat we ons niet zouden bekommeren om de
menselijke impact van de genomen beslissingen.


We hebben, tegelijk met de beslissing over het GRUP, gezorgd dat er een grondenbank
operationeel wordt. Die moet ervoor zorgen dat landbouwers die in het gebied wonen hun
gronden kunnen ruilen voor gronden elders. Ze kunnen ook rekenen op vergoedingen voor
omschakeling van teelt of voor bedrijfsverplaatsing en op persoonlijke begeleiding. Ook voor
de landbouwers geldt dat niet alles uit het GRUP van vandaag op morgen gerealiseerd zal
zijn. Het is voorlopig vastgesteld. Dat wil zeggen dat de landbouwers zo veel mogelijk de tijd
krijgen om op zoek te gaan naar alternatieven en om hun gronden te bewerken tot er effectief
een herinrichting zal plaatsvinden.


De heer Filip Watteeuw: Minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt gelijk dat het een
beslissing is die onder meer door een N-VA-minister is genomen. Ik heb het standpunt van
een aantal N-VA’ers aangehaald.


Minister Hilde Crevits: Het is van de hele regering.


De heer Filip Watteeuw: Ja, u hebt gelijk. De heer Dehandschutter heeft bevestigd dat er in
de N-VA wel wat onvrede over is. Ik zou zeggen: de N-VA’ers zijn toch welkom op de
protestmars op 24 juni. Ik hoop dat er wat aanwezig zullen zijn. Als men dan nog wat
mailverkeer organiseert, weten we wat te doen tijdens de plenaire vergaderingen begin juli.
Minister, sommigen proberen te doen of er enkel een keuze is tussen bewoning en
natuurcompensaties. Dat is natuurlijk niet zo. De eerste stap is: is die uitbreiding nodig? Ik
neem geen genoegen met de slagzin: ‘De Antwerpse haven moet die uitbreiding krijgen, want
die is levensnoodzakelijk.’ Dat is niet voldoende. Ik wil duidelijke cijfers. U verwijst naar
vroegere studies, maar ik heb cijfers gegeven. Zoals het nu zit, is die uitbreiding niet nodig.
Dat is niet gefantaseerd. Het is toch duidelijk dat de Economische Ontwikkelingsstudie, die
opgenomen was in de plan-MER, al stelde dat er voor industriële activiteiten en maritieme
ontwikkelingen naast containers geen nood aan havenuitbreiding is. Het gaat dus enkel over
die containers.


Ik wijs u erop dat in het regeerakkoord over het gebied Saeftinghe staat dat die uitbreiding zal
gebeuren in functie van de economische behoefte. Voor de industriële activiteiten en de
maritieme ontwikkelingen is die behoefte er niet. Dan is de vraag of die er wel is voor de
containers. Ik heb duidelijk aangegeven, als je kijkt naar de capaciteit die de Antwerpse
haven momenteel heeft en de containertrafiek die er nu is, dat die volledige capaciteit niet zal
worden benut in 2040.


Meer nog, kijk eens naar de cijfers die worden gehanteerd voor de berekeningen, zijnde
22.000 of 25.000 containers per jaar per hectare. In andere havens, door allerlei nieuwe
technieken, rekent men op 32.000 tot 35.000 containers per jaar per hectare. Dat is zo’n groot
verschil dat je kunt zeggen dat die economische behoefte niet bewezen is. Dan is die
uitbreiding niet noodzakelijk en zijn de natuurcompensaties ook niet noodzakelijk. Ik zou van
u of de regering eigenlijk de berekening willen hebben zwart op wit dat dit noodzakelijk is.
Zolang dat niet noodzakelijk is, zou niet aan die planning mogen worden begonnen.
Wat de natuurcompensaties betreft, kan ik enkel citeren wat Bruno Stevenheydens zelf
schrijft en waarmee ik akkoord ga: “Het is perfect mogelijk om in de onmiddellijke omgeving
van de gehuchten het huidige natuurgebied Doelpolder Noord niet om te vormen tot
gereduceerd getijdengebied in verbinding met de Schelde. Als men het gereduceerd
getijdengebied verder van de gehuchten houdt, is de leefbaarheid gegarandeerd en is er geen
sprake van noodzakelijke zware investeringen.” Het is dus perfect mogelijk om het anders te
doen. Waarom doet men dat dan niet en blijft men bij de oorspronkelijke planning? Ik kan
daar enkel de hand van de Antwerpse haven in zien.


Minister, ik hoop dat u een overgangsperiode maakt. Ik hoop eigenlijk dat u niet verder gaat
met die ontwikkeling, maar als u het doet, dat u dan die overgangsperiode realiseert.
De heer Dirk de Kort: Als de oppositie opmerkingen maakt, stellen wij soms wel vast dat er
toch een punt wordt gemaakt. Maar ik denk dat u vandaag volledig de mist in gaat, mijnheer
Watteeuw. Daarstraks heb ik ook al aangehaald dat met dit afbakenings-GRUP niet enkel
wordt gekeken naar een economische ontwikkeling. U benadert die trouwens heel eenzijdig,
door enkel te verwijzen naar de ontwikkeling van het Saeftinghedok. Het is veel breder.
(Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)


Het gaat hier duidelijk ook om natuurontwikkeling, zowel voor zaken die nog dienden te
gebeuren als voor toekomstige havenuitbreiding. Dit afbakenings-GRUP is nodig voor
projecten zowel op de rechter- als op de linkeroever. De inrichting van het
Opstalvalleigebied, fase twee, als natuurinrichtingsgebied dient voor de realisatie van het
logistiek park van het Schijn. Een en ander is nodig om de uitbreiding van de maritieme
spoorterminal – daar bent u toch niet tegen? – ook effectief te kunnen ontwikkelen. Freight
Village is nodig voor een aantal activiteiten voor het ontladen van containers,
nevenactiviteiten en extra tewerkstelling. Het Wachtdok Noordland is er voor de realisatie
van binnenvaart. Als u daar tegen bent, zou ik het ook graag horen.
Op Linkeroever gaat het over de inrichting van natuurkerngebieden Prosperpolder Zuid,
Nieuw Arenbergpolder, Grote Geule en Doelpolder en de inname van andere gebieden die nu
door tijdelijke natuurcompensaties voor het Deurganckdok worden gehypothekeerd. Ik
verwijs naar de vlakte van Zwijndrecht en Putten Plas. Het enige waarover ik u hoor, is de
economische benadering. Die stelt u in vraag, mijnheer Watteeuw, terwijl de haven van
Antwerpen de enige is die nog verder groeit op het gebied van containertrafiek.


De heer Lieven Dehandschutter: Minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat u een
correct beeld hebt gegeven van wat er de voorbije decennia is gebeurd. U hebt ook het kader
correct geschetst waarbinnen de regering uiteindelijk de voorlopige vaststelling van dit
GRUP heeft goedgekeurd.


Ik heb als parlementslid van de N-VA uit het Waasland ook geprobeerd de stem te zijn van de
regio waar ik vandaan kom. Als collega’s zeggen dat de heer Stevenheydens en ik bepaalde
dingen zeggen en er in de Vlaamse Regering iets anders gebeurt, kan ik zeggen dat er in bijna
alle partijen een Waas-Antwerpse tegenstelling is geweest de voorbije decennia en nu nog
altijd voor een deel, over de havenuitbreiding, de havenontwikkeling, industrie, landbouw,
natuur en wonen. Er zijn heel veel conflicten op Linkeroever, nog los van de mobiliteit op het
water, op de weg en op het spoor. Denk maar aan de discussie over de
Liefkenshoekspoortunnel. Die tegenstellingen leven in nagenoeg alle partijen. De
Commissievergadering nr. C260 – OPE17 (2011-2012) – 7 juni 2012 11
verhoudingen waarin die Waas-Antwerpse toestanden zich afspelen verschillen al eens van
partij tot partij, net als de scherpte van die tegenstellingen. Dat maakt het soms allemaal
moeilijk om volgen voor de bevolking.


Er zijn zaken gebeurd waarvan men zich afvraagt waar de megalomanie nog allemaal toe zal
leiden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het gedeeltelijk opvullen van het Doeldok. Dat stelt het
vertrouwen in nieuwe plannen sterk op de proef, ook omdat daartoe offers door de
landbouwers en de bewoners moeten worden gebracht. Als enige Waaslander hier aanwezig
wou ik deze verzuchtingen toch vertolken.


De voorzitter: Wij geven ons niet over aan regionalisme, mijnheer Dehandschutter.

Minister Crevits heeft het woord.


Minister Hilde Crevits: Voorzitter, collega's, ik heb even met minister Muyters ge-sms’t, en
hij staat onverkort achter de beslissing van de regering. Maakt u zich op dat punt dus geen
zorgen.
Ik heb nog een paar aanvullingen. Mijnheer Dehandschutter, ik heb begrip voor de vragen op
lokaal niveau. Vandaar ook dat ik heb verwezen naar de infomarkten. Het is echt erg
belangrijk dat de gemeenten daarvoor mobiliseren. Er is ook gevraagd dat de plannen en de
timing worden uitgelegd. Maar u moet ook begrijpen dat wij om de oren worden geslagen
met vragen om te zorgen voor rechtszekerheid. Wij proberen nu het kader voor de
toekomstige ontwikkeling van de haven van Antwerpen vast te leggen. Wij willen de grenzen
van die ontwikkeling afbakenen. Eerst moet er nog een procedure worden doorlopen, maar
eens dat is gebeurd, wordt niet van alles tabula rasa gemaakt. Alles wordt projectmatig
aangepakt. Wel is het van belang dat het ruimtelijk kader wordt vastgelegd, zodat de periode
van onzekerheid wordt afgesloten.


In het begin van mijn uiteenzetting heb ik al gezegd dat het allemaal een stuk minder groot
uitvalt dan wat men in 1978 had vermoed. Maar over vandaag en de toekomst verschillen wij
van mening, mijnheer Watteeuw, en als dat niet het geval zou zijn, zouden wij tot dezelfde
partij behoren. De sector heeft een crisis doorstaan. Als u dat aangrijpt om te stellen dat er
niet meer in uitbreiding mag worden voorzien, dan creëert u een probleem. Het is belangrijk
dat ruimtelijk kader vast te leggen. En het maatschappelijk wensbare en haalbare alternatief
moet nog worden uitgetekend. Dat zal projectmatig gebeuren. Als wij met de vastlegging van
dat ruimtelijk kader zouden wachten of dat slechts heel minimaal zouden opvatten, dan komt
men hopeloos te laat wanneer het echt nodig is. De ervaring in Nederland leert ons dat.
De heer de Kort heeft gelijk. Laat ons een kat een kat noemen: in dat GRUP zit veel
flankerend beleid, ook voor de natuur, verwerkt. Maar in wezen is het een
afbakeningsmaatregel ten behoeve van de toekomstige ontwikkeling van de haven. De heer
de Kort heeft dat ook gezegd. Ik heb begrip voor de opmerking dat ik duidelijkheid moet
scheppen, maar als havenminister vond ik het belangrijk dat op dezelfde bijeenkomst van de
ministerraad ook het flankerend beleid wordt besproken, want dat moet toestaan om
zorgzaam en op maat dit dossier te kunnen afwerken. Dit wordt dus vervolgd, want na de
inspraakprocedure moet de definitieve vaststelling volgen. Er komen dus nog boeiende
gesprekken, ook in het Vlaams Parlement.


De heer Filip Watteeuw: Voorzitter, minister, collega's, als ik de heer de Kort bezig hoor,
dan zou ik beginnen te denken dat het GRUP tot doel heeft in die streek vredig, in een
groene, duurzame omgeving te gaan wonen. Ik krijg bijna de indruk dat daar het
Freiburgmodel wordt toegepast, of dat men zich spiegelt aan Brasschaat, met wonen in een
groene omgeving als doel. Minister, wilt u ook in de buurt van Dampoort, in Gent, een
dergelijk GRUP ontwikkelen? Ik zou ook graag in zo een omgeving willen wonen. Ik denk
dat de heer de Kort de titel van volksvertegenwoordiger verwart met die van
vertegenwoordiger zonder meer.

Ik stel vast dat het resultaat is dat de dorpen verdwijnen. U kunt wel stellen dat dat niet
onmiddellijk gebeurt, maar dat zal wel gebeuren. Er zijn onteigeningsplannen. Ik heb niet
enkel vandaag gevraagd naar duidelijke cijfers. Maar u verbergt zich achter het feit dat de
sector een crisis heeft doorstaan. Die crisis impliceert niet dat die prognoses onrealistisch
zijn. In Rotterdam stijgt de ruimteproductiviteit elk jaar met 2 procent. Dat betekent dat elk
jaar men per hectare 2 procent meer containers kan stapelen. Dat groeicijfer is bijna even
hoog als het groeicijfer van de containertrafiek in Antwerpen. Meer ruimte is dus niet echt
nodig.


Mijnheer Dehandschutter, de N-VA zegt dat de partij in een studie heeft aangetoond dat het
niet nodig is om zo te werken. Men kan dat een uiting van regionalisme noemen, maar
eigenlijk gaat het gewoon om krachtige argumenten.


De voorzitter: De vraag om uitleg is afgehandeld.

 
< Vorige   Volgende >