Op zee! (zomer 1989)
Geef ons planken voor een vlot
hijs de lakens in de top,
wij gaan varen.
 
Zeg vaarwel aan je bestaan,
op ons wacht de oceaan,
laat ons varen.
 
Terwijl ontelbare automobilisten zich stapvoets voortbewogen in zuidelijke richting om er hun vakantiegeluk te verzekeren op een afgebakend stukje strand, zwalpten wij met 'Byrdbreen' over de wijde oceaan naar verre vreemde kusten. Misschien is enige toelichting wel vereist: Byrdbreen is de naam van een 19 meter lange zeilboot genoemd naar een gletsjer op de Zuidpool en gebouwd naar het evenbeeld van de 'Flyer' die in 1978 de 9 maanden durende Whitbread Race rond de wereld won. Onze schuit was bemand met 12 jongelui, een oudere 1ste stuurman en dan nog Roger, kapitein en dokter.
 
ImageVolgestouwd met eten en drank werd op 14 juli het startsein gegeven. Al vanaf de eerste nacht zat het weer tegen. Wind op kop en een zware zee zodat ik midden in de nacht ijlings uit mijn bed moest om mijn kameraden aan de reling te vervoegen. Zeeziekte werd aan boord weliswaar niet als een kwaadaardige ziekte beschouwd maar wel als een wedstrijd die nimmer verveelde, vooral voor diegenen die er niet onder leden. In allerijl werd door de gezonde opvarenden dan ook de 'kotslijst' uitgehangen waarop nauwkeurig de laatste scores werden genoteerd. Voor mij was de eerste kennismaking met die ongenadigde ziekte allesbehalve amusant. Met heimwee dwaalden mijn gedachten af naar dat schone vlakke Vlaamse land en vervloekte ik die landrot die het in zijn hoofd had gehaald om 'Geef ons planken' op papier te zetten. Maar men went nu eenmaal aan alles en toen de Engelse kust voor onze ogen uit het water oprees werd de heimwee al veel minder. Wat was de aanblik van die prachtige krijtrotsen een verschil met onze kust enkel bestaande uit een aaneenschakeling van flatgebouwen en zand en om de zoveel kilometer nog wat overgebleven duinen. Langzamerhand beterde het weer en blies de wind uit de goede richting zodat we met de spinaker voorop, een zeil van zo'n 240m², de Golf van Biskaje binnenvoeren.
 
Met volle teugen genoten we van het stralende weer. De nachten waren nog erg koel maar ook bovennatuurlijk mooi. Eigenlijk was 's nachts aan het roer staan wel iets heel bijzonder. Een zalige stilte, nergens licht te zien, behalve dan een sterrenhemel die je zo helder nergens anders kan bewonderen. Het maanlicht dat in het water weerspiegelde gaf aan dit alles een heel bijzondere sfeer. In een mum van tijd leerde ik een aantal sterrenbeelden kennen: Kleine en Grote Beer,  Draak, Cassiopeia....  Ook 's morgens met de zonsopgang liet de natuur zich van haar mooiste kant zien.
 
Op één van die ochtenden werden we gewekt door een piepend geluid dat verbazend snel dichterbij kwam. In enkele ogenblikken was iedereen aan dek om de talrijk gekomen dolfijnen te begroeten. Beurtelings maakten zij sprongen en salto's of zwommen zij onder de boot om aan de andere kant met drie, vier tegelijk weer op te duiken. Maar zo plotseling als ze gekomen waren, waren ze ook verdwenen.
 
ImageDe volgende nacht mochten we ervaren hoe hard het zeeleven soms kan zijn. Omstreeks drie uur 's nachts brak de spinakerval en het gigantische zeil viel in het water. In een mum van tijd was iedereen aan dek om het reusachtige zeil uit het water te halen. Doch de toegenomen wind en de zware deining bemoeilijkten ons werk. Bij één van de maneuvers viel één van onze makkers tussen de reling. Men wilde de reddingsboei al uitgooien maar men zag dat Frank zich nog met één hand aan de reling vasthield. Een paar sterke armen trokken hem aan boord. Bijna was onze reis op een tragische manier geëindigd want zoek maar eens een drenkeling 's nachts op zee bij redelijk zwaar weer.
 
De volgende morgen keerde mijn maag bijna om wanneer ik aan dek de huizenhoge golven om ons heen zag. Slechts twee mogelijkheden: ofwel ziek worden door de zware deining of het roer over nemen. Gedurende zes uur stond ik al zingend aan het roer, zelfs het eten dat me toegestopt werd smaakte. Misschien klinkt het gek maar zeeziekte vermindert wanneer men geconcentreerd aan het werk is.
 
In een etappe van 10 dagen (en nachten!) bereikten we de straat van Gibraltar waar we vervolgens in Ceuta, Gibraltar en Tanger aanlegden. In Tanger (Marokko) werd ons verblijf al voor de helft van de tijd ingenomen door lange douaneformaliteiten. Eénmaal aan wal werden we op de markt in het Nederlands aangesproken om 14 Berberse maagden te kopen. Veel liever kozen we opnieuw het ruime sop.
 
Behalve het feit dat we ternauwernood een aanvaring vermeden met een mammoettanker, bereikten we zonder noemenswaardige problemen Horta, één van de eilanden die deel uitmaken van de Azoren. Horta is het mekka van de zeilers. Gemakkelijk vind je daar een ander jacht waarop je naar de andere kant van de wereld kan zeilen. Na een verblijf van enkele dagen vervolgden we onze reis richting Scilly-eilanden. Gedurende een week zagen we geen land nog andere schepen. Midden in de oversteek kruisten we een school walvissen. Het was werkelijk fantastisch om die logge beesten te zien bovendrijven en net onder onze boot te zien duiken. Een aanvaring had ons zeker de dieperik ingestuurd.
 
We waren dan ook meer dan tevreden om veilig aan land te komen.  De Scilly-eilanden zijn het ware paradijs na zo'n oversteek. Door hun gunstige ligging (een eind van Land's End (Cornwell) verwijderd) genieten ze van een warme golfstroom en kennen ze een subtropische plantengroei. Op één van de eilanden ontdekten we ook nog een gezellige pub waar Ierse en Engelse liedjes werden gezongen. Het feit dat men er zich hield aan de 'last Orders' om 11 uur stelde ons bitter teleur.
 
Na de Scilly-eilanden vervolgenden we onze tocht via de zuidkust van Engeland en na 38 dagen kwamen we heelhuids in Antwerpen aan. De kiem voor een zeilmicrobe was voor altijd gelegd!
 
Bruno